Betrekken van burgers en patiënten in onderzoek van “ hoezo “ naar “ hoe? zo! "

Geschreven door: Christiane Grünloh, Ria Wolkorte, Rita Schriemer

 

Zodra de calls voor onderzoeken zich aandienen, komen burger- en patiëntparticipatie om de hoek kijken. Zonder steunbrief van een patiëntenorganisatie of belangenorganisatie maakt je aanvraag weinig kans. En heb je de steunbrief eenmaal binnen, hoe borg je de participatie dan op een goede manier? Participatie is niet alleen een kwestie van afvinken door patiënten, maar even goed van aanvonken van onderzoekers. Binnen ICMS (lees omschrijving onderaan) zijn drie collega's vanuit hun eigen vakgebied bezig om participatie te implementeren. Gezamenlijk verspreiden ze hun kennis, ervaring EN overtuiging. 

De principes van waardegedreven zorg en Samen Beslissen zijn in de kliniek vanzelfsprekend. Kunnen we dat ook zeggen van het onderzoek dat aan de zorg vooraf gaat? Worden patiënten, burgers of eindgebruikers betrokken bij ICMS onderzoeken? Het antwoord is ja. Maar het kan nog beter. Als het aan deze collega’s ligt wordt het de gouden standaard dat mensen betrokken raken bij al het onderzoek. En dan dus niet alleen als deelnemer of tester, maar dat zij een stem krijgen in de opzet en de keuzes die worden gemaakt in het onderzoek. Christiane Grünloh (Roessingh Research en Development) , Ria Wolkorte (Universiteit Twente) en Rita Schriemer (Sint Maartenskliniek/Radboudumc) vertellen.

Christiane: “Voor ons drieën is het zo klaar als een klontje dat je mensen actief betrekt bij je onderzoek. Het is nodig als je impact wilt. Impact heb je alleen als je onderzoek relevant is. Relevantie bereik je onder meer als je onderzoek de belangrijkste vragen en problemen van onderzoeksgroep adresseert. Of wanneer de uitkomsten, technologisch of maatschappelijk, bijdragen aan de kwaliteit van leven.” Ria: “We betrekken patiënten bij de dagelijkse praktijk van wetenschap. Ze helpen meebeslissen in de keuzes.” Dat doen ze alle drie vanuit hun eigen disciplines en met de manieren zoals die in hun vakgebied gebruikelijk zijn. Rita: “In het klinisch onderzoek noemen we dit patiëntparticipatie. Citizen Science is de term en methode die op de UT wordt toegepast op gezondheidsonderzoek. Bij Roessingh Research en Development spreken we van Human Centered Design.”

Christiane: “Het zijn verschillende begrippen en invullingen voor benaderingen die hetzelfde centrale vetrekpunt hebben, namelijk dat de mensen voor wie je je onderzoek doet, ook de mensen zijn met wie je het onderzoek doet.”

 

Klinisch en fundamenteel onderzoek

Rita: “In het klinisch onderzoek wordt het steeds meer de standaard om patiënten actief te betrekken bij het onderzoek. Waar mensen eerst alleen als deelnemer participeerden, denken patiënten nu ook in andere fases van het onderzoek mee. Dat kan al in de aanvraag. Patiënten kunnen meedenken over de relevantie van het onderzoek en commentaar geven op de lekensamenvatting. Maar wanneer je de interactie al vroeger inzet, kan hun inbreng nog leiden tot accentverschillen omdat bepaalde deelgebieden voor hen relevanter zijn in het dagelijks leven dan andere. Dit hebben we onlangs nog ervaren in een aanvraag voor artrose-onderzoek. Twee zeer betrokken patiënten waren zelfs aanwezig bij het interview met de financier. Voor hen was de belangrijkste reden om zich aan het onderzoek te committeren de holistische kijk van het onderzoek op de ziekte. Zij weten als geen ander dat er bij hun aandoening een combinatie van medische, biologische, sociale, bewegings- als gedragsaspecten te pas komen.

Vaak denken fundamenteel onderzoekers dat hun vakgebied of onderzoek te moeilijk is voor leken, of dat het betrekken van buitenstaanders weinig oplevert. Toch hebben de PhD’ers op reumaonderzoek op de Sint Maatenskliniek en op het lab experimentele reumatologie van het Radboudumc allemaal een patiëntvertegenwoordiger die het grootste deel van het onderzoekstraject meeloopt. Hem of haar moeten ze dan in lekentaal uitleggen wat ze onderzoeken, hoe ze dat doen en wat er uit de onderzoeken komt. Wat blijkt? In elke fase van het onderzoek is wel een rol voor patiënten weggelegd. Meedenken kan op verschillende niveaus en in verschillende onderzoeksfasen. Deze partnerschappen worden door beide partijen zeer gewaardeerd.”

 

Burgerwetenschap

Citizen science is vooral bekend vanuit het ecologisch onderzoek, denk bijvoorbeeld aan de vogeltelling. Maar deze kijk is te beperkt. Citizen science is de laatste jaren juist veel toegepast in gezondheidsonderzoek. Mensen met een chronische aandoening zijn vaak zelf al op zoek naar oplossingen om hun leven prettiger te maken. Juist deze motivatie en het zelfonderzoekende vermogen kun je inzetten in onderzoek. Ria : “In Twente zijn we aan de slag gegaan met een groep mensen met Reuma volgens de principes van citizen science. Het actief betrekken van burgers bij je onderzoek, betekent een andere rolverdeling dan de klassieke tussen patiënt en onderzoeker. We hebben met de betrokkenen afspraken gemaakt over datamanagement en open science. Van wie is de data en wie kan erbij? Alleen de onderzoeker? Of is de data ook van de deelnemende burger zelf. Hoe moet de toegang dan worden geregeld? Dit waren mooie gesprekken met duidelijke afspraken, die normaliter niet met de deelnemers aan onderzoek worden gevoerd.

Ons onderzoeksthema was op basis van de keuze van mensen met reuma vrij losjes geformuleerd rondom vermoeidheid. Samen met de deelnemers, die we co-onderzoekers noemen, hebben we dit verder vorm gegeven. We kwamen erachter dat het juist de grilligheid en onvoorspelbaarheid van vermoeidheid waren die ze beter wilden leren begrijpen. Zij besloten toen dat het belangrijk was om over langere termijn te kijken naar de mate van vermoeidheid en factoren die daar invloed op kunnen hebben. Daarvoor stelden zij het maximaal aantal meetmomenten (1) per etmaal vast als ook de duur van de meting (21 dagen). Dit is beperkter dan wij als onderzoekers voor ogen hadden, maar voor ons was juist ook de haalbaarheid van het onderzoek belangrijk. Het is overigens niet zo dat alleen de onderzoeker of de burgers beslissen. Als onderzoeker blijven wij natuurlijk kijken naar wat wetenschappelijk verantwoord is, en blijven daar ook verantwoordelijk voor. Maar er is veel meer een uitgangspunt van samen beslissen en transparantie.”

 

Participatief ontwerp van gezondheidstechnologie

Om technologie te ontwikkelen die gebruiksvriendelijk is, is het belangrijk te weten, welk behoefte en doelen mensen hebben, wat hun kenmerken zijn, welke taken ze hebben en in welke context zij de oplossingen zullen gebruiken. Dit is het uitgangspunt om eerste ideeën voor mogelijke oplossingen te creëren, die vervolgens continu worden getest en verbeterd samen met de gebruikers.

Christiane: “Recent zijn we met een onderzoek gestart naar mensen met COPD. Clinici wilden het onderzoek vooral gebruiken om een predictiemodel te maken; met welke mensen gaat het slechter? Daarvoor moesten patiënten langere perioden meetwaarden aanleveren. Maar door met de patiëntgroep te spreken, kwamen we erachter dat mensen ook iets terug willen voor het leveren van data. Ze verwachten namelijk ook terugkoppeling van hun persoonlijke meetwaarden. Gegevensverzameling alleen is voor hen niet nuttig, maar kan eerder een last zijn vooral voor patiënten met weinig energie. Dit is van belang om mee te nemen in de ontwikkeling van de app, want anders stoppen mensen met het gebruiken op de langer termijn en dan hebben de clinici te weinig data voor hun predictiemodel. Dit soort kanttekeningen weten wij al vanuit het Human Centered Design, of vanuit actie-onderzoek, toch zie ik die blinde vlek telkens weer terugkomen bij onderzoekers. Maar voor mij is er geen onderzoek zonder actieve inbreng van alle gebruikers en betrokkenen denkbaar. Op die manier brengen we alle relevante perspectieven en behoeften van de verschillende gebruikersgroepen samen, om gezondheidstechnologieën te creëren die nuttig zijn voor hen allemaal.

Samen kunnen het we onderzoek relevanter en beter maken. En daarbuiten houden patiëntparticipatie, citizen science en human centered design de gesprekken tussen de wetenschap en de maatschappij gaande.

Het betrekken van burgers, patiënten en eindgebruikers is geen "rocket science” maar vraagt wel zorgvuldigheid van de onderzoeker. Bij vragen hieromtrent kunnen wij meekijken hoe je participatie kunt borgen in je opzet en uitvoer van het onderzoek. Je zult zien, dat het veel oplevert en vanzelfsprekend wordt. Meer weten hoe jij mensen betrekt in je onderzoek? Wij denken graag in een vroeg stadium met je mee!

20221124_ICMS

v.l.n.r.: Ria Wolkorte, Rita Schriemer, Christiane Grünloh

 

Ria Wolkorte r.wolkorte@utwente.nl

Rita Schriemer r.schriemer@maartenskliniek.nl

Christiane Grünloh c.grunloh@rrd.nl

 

ICMS (Interdisciplinary Consortium for clinical Movement Sciences & technology) is een unieke samenwerkingsverband tussen Sint Maartenskliniek (een gespecialiseerd ziekenhuis dat zich volledig richt op bewegingsstoornissen), Radboud Universitair Medisch Centrum, Radboud Universiteit, Universiteit van Twente, Roessingh Research and Development en Roessingh Centrum voor Revalidatie. Binnen dit verband werken we samen met wetenschapsgedreven bedrijven (nationaal en internationaal).

Enkel-voet orthesen in de revalidatie na een beroerte: Op naar de Noorse fjorden!

Geschreven door: Corien Nikamp

Soms ontvang je van die mailtjes die je bijna richting prullenbak stuurt omdat het de zoveelste uitnodiging voor een artikel in een tijdschrift of congres is, maar die je op het laatste moment toch beter leest. Gelukkig maar! Begin dit jaar was dat ook het geval. Ik ontving een mailtje van iemand van de Noorse Vereniging voor orthese- en prothesemakers, NITO. Ze herinnerde zich mijn presentaties over het gebruik van enkel-voet orthesen (EVO’s) na een beroerte, tijdens het International Society for Prosthetics and Orthotics (ISPO) wereldcongres in Kobe, Japan in 2019. Van Covid-19 hadden we toen nog niet gehoord, dus dat congres lijkt soms uit een andere tijd te stammen. Zij was het congres en mijn presentaties echter niet vergeten en nodigde me uit om op hun jaarlijkse congres in november te komen om daar voor het Noorse publiek over mijn PhD-studie te vertellen, inclusief de laatste ontwikkelingen. Dit soort uitnodigingen komen natuurlijk niet wekelijks voorbij, dus afgelopen weekend ben ik in Trondheim geweest.

 

Trondheim

Het was een zeer geslaagd weekend. Trondheim is vanwege eerdere congressen geen onbekende omgeving voor me. Met een hotel aan het water en uitzicht op de fjorden geen slecht vooruitzicht voor een kort bezoek.

Trondheim_fjorden
Trondheim_uitzicht

De rijen op Schiphol doorliep ik in 20 minuten doorlopen waar ik 4 uur had ingecalculeerd, dus de trip naar Trondheim verliep zonder enige stress. Als je dan op zondagochtend je presentatie moet geven, maar er op zaterdagavond ook een galadiner met vervolgens feest ingepland staat, is het altijd afwachten of er ook publiek is. Maar de Noren bleken een geïnteresseerd publiek en de zaal was zeer goed gevuld.

 

Presentatie EVO’s vroegtijdig verstrekken?

In mijn presentatie ben ik ingegaan op de verschillende effecten van vroege verstrekking van EVO’s na een beroerte die ik in een longitudinale gerandomiseerde studie vanuit Roessingh Research and Development (RRD) heb onderzocht. Omdat ik 45 minuten de tijd had, kon ik uitgebreid ingaan op de verschillende effecten die we hebben onderzocht: effecten op functionele uitkomstmaten, het looppatroon, spieractivatiepatronen en valincidenten. In mijn presentaties vind ik het belangrijk daarbij steeds terug te komen op de oorspronkelijk vraag van clinici van Roessingh, Centrum voor Revalidatie die destijds de aanleiding vormde voor mijn promotiestudie:

 

“Kan ik deze patiënt zo kort na een beroerte helpen door hem/haar een EVO te geven om het lopen te ondersteunen, of is het juist beter nog een tijdje te wachten?”

 

Bijna 10 jaar studie samenvatten in 45 minuten met 4 hoofdpunten?

  • Ja, er zijn voordelen door het vroeg verstrekken van een EVO na een beroerte. Functionele taken kunnen sneller op een hoger niveau worden uitgevoerd (zelfstandig lopen, loopsnelheid, balans etc.), maar het eindniveau verschilt niet van latere verstrekking.
  • EVO’s ondersteunen een drop-foot na een beroerte, maar vroege verstrekking heeft geen invloed op beweegpatronen rondom heup en bekken (later verstrekking trouwens ook niet)
  • Langdurig gebruik van EVO’s heeft geen invloed op spieractivatiepatronen en maakt een spier dus niet “lui”.
  • Valincidenten vinden vaak plaats als de EVO niet gedragen wordt. Let dus op welke instructies je meegeeft aan patiënten.
Trondheim_CorienNikamp
Trondheim_Presentatie

Implementatie van wetenschappelijk onderzoek naar zorgpraktijk

Vervolgens ben ik ingegaan op de nieuwste ontwikkelingen: hoe zorgen we voor implementatie van de resultaten naar de kliniek? Op basis van de resultaten van m’n promotiestudie ben ik samen met artsen en therapeuten van Roessingh, Centrum voor Revalidatie en Roessingh RevalidatieTechniek aan de slag gegaan om de antwoorden die de studie opgeleverd heeft terug te brengen naar de praktijk. We hebben daarbij een nieuw spreekuur opgezet dat het mogelijk maakt in de eerste weken na een beroerte al te kijken of iemand mogelijk baat heeft bij een EVO en deze vervolgens ook snel te kunnen verstrekken. Ook met betrekking tot de instructies voor revalidant en naaste is nu meer aandacht voor het verschil tussen lopen met en zonder EVO en het verhoogde valrisico.

Het verhaal sloeg duidelijk aan bij het Noorse publiek. Veel instemmende gezichten tijdens de presentatie, leuke vragen achteraf en na afloop diverse gesprekken met orthesemakers die vragen waar ze publicaties na kunnen lezen.

Hopelijk kunnen we vanuit RRD en Roessingh op deze manier bijdragen aan het verbeteren van de revalidatiezorg op het gebied van EVO’s na een beroerte.

Benieuwd naar meer details hoe we het spreekuur vorm hebben gegeven, of hoe we kennis met betrekking tot innovatie en implementatie van zorgtechnologie bij RRD in kunnen zetten voor uw eigen vraagstuk? Neem contact met ons op!

Corien Nikamp

Corien Nikamp, PhD

E-mail: c.nikamp@rrd.nl

Tel.: 088 087 5762

Provincie, Gemeente en Twente Board investeren in krachtig MedTech Twente cluster in 2030  

Groeistimulans voor medische technologie door investeringen in clusterorganisatie

Met de aftrap van MedTech Twente 2030 is een belangrijke vervolgstap gezet naar verdere groei en internationalisering van het Twentse cluster in medische technologie. Het project richt zich op een groeiend en krachtig bedrijvencluster in de regio en versterkt het ecosysteem op drie onderdelen: communitybuilding voor kennisdeling en samenwerking binnen de regio, samenwerking met andere Europese clusters en internationale profilering en positionering. Ook vormt het plan een katalysator voor de totstandkoming van meerdere actie-agenda’s, om Twente in 2030 in de top van Europese medtech regio’s te krijgen. De kick-off van MedTech Twente 2030 vond plaats tijdens de MedTech Business Day, onderdeel van de eerste MedTech Twente Week. In aanwezigheid van clusterpartners, ondernemers en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven lichtten bestuurders van Provincie Overijssel, Gemeente Enschede en de Twente Board toe waarom zij investeren in het cluster. Ook enkele medtech-bedrijven vertelden over hun ontwikkelingen en hoe belangrijk een sterke samenwerking in en profilering van de regio op MedTech is.
20221104 (1)
20221104 (2)

Investering in ecosysteem resulteert in een groeiende internationale positie van MedTech Twente

Eddy van Hijum, gedeputeerde Provincie Overijssel: “Samen investeren we in de groei van medtech-bedrijven in de regio. Na de eerdere honoreringen van specifieke medtech-projecten, volgt nu deze versterking van de onderlinge samenwerking binnen het MedTech Cluster en de externe profilering. Dit gaat helpen om het cluster als geheel en specifieke bedrijven vooruit te helpen, resulterend in positieve effecten op welzijn en welvaart in de regio.

Jeroen Diepemaat, wethouder economie van de gemeente Enschede bevestigt die prognose, en ziet de bedrijvigheid hard groeien in Twente, ook op Kennispark Twente. “Op verschillende plekken bouwen en vestigen medtech-bedrijven zich op de innovatiecampus en maken ze hun ambities waar. Ik ben trots dat we al deze ontwikkelingen kunnen ondersteunen met een krachtige clusterorganisatie.”

Victor Jan Leurs vult aan. “Voor optimaal Bruto Twents Geluk is gezondheid van inwoners een heel belangrijk onderdeel. De toekomstige zorg staat zwaar onder druk en medische technologie is één van de oplossingen om de zorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar te houden. Onze regio en bedrijven behoren tot de landelijke top en kunnen daar op de lange termijn een grote rol in spelen.”

Drijvende krachten achter het regionale cluster zijn Oost NL, University of Twente, Hogeschool Saxion, World Trade Center Twente, Roessingh Research and Development, Health Valley, Kennispark Twente, Twente Board en Novel-T. “Medio 2020 boden we namens de verschillende stakeholders Mona Keijzer, toenmalig staatssecretaris EZK, een eerste actieagenda met gerichte investeringsvoorstellen aan voor het regionale MedTech cluster. Het is fantastisch om de tractie sindsdien te zien, gerealiseerd vanuit een samenwerking tussen ondernemers, overheden en kennisinstellingen en gericht op groeiende bedrijven. Ik kijk uit naar de volgende fase!” aldus Jaap Beernink, CEO Novel-T. 

 

MedTech Twente Week

Van 2 t/m 4 november 2022 vond de eerste editie van de MedTech Twente Week plaats. Het succes van het TechMed Event is uitgebouwd tot een breed meerdaags programma voor onder meer onderzoekers, corporates, startups, medici, studenten en investeerders. Er is volop aandacht voor medisch technologisch onderzoek, het naar de markt brengen en implementeren van MedTech innovaties, het versnellen van MedTech business en het leggen van nieuwe verbindingen. Samen versterken we onze toekomstige gezondheidszorg met medische technologie.

Van prototypes voor gezond ouder worden naar technologieën in huis: RRD bij de Ageing Well Week 2022

Geschreven door: Lena Brandl

Meer dan 40 workshops, 30 posterpresentaties en 50 exposanten uit het bedrijfsleven, de wetenschap en netwerken die zich inzetten voor gezond ouder worden maakten deel uit van de Ageing Well Week 2022. De Ageing Well Week vond dit jaar plaats in Gdańsk, Polen. Gdańsk is een bruisende stad met een rijke geschiedenis, waaronder haar sleutelrol in de solidariteits- en verzetsbewegingen. Het is dan ook niet meer dan normaal dat de stad open stond om de Ageing Well Week 2022 te organiseren, aldus de burgemeester, Aleksandra Dulkiewicz. De uitdagingen die een snel vergrijzende wereldbevolking met zich meebrengt, kunnen alleen worden aangegaan door een verenigde en solidaire gemeenschap.

20221101 AAL week 2022 (3)

De volgende stap: technologie voor gezond ouder worden in handen van gebruikers brengen


Na 14 jaar praktijkgericht onderzoek naar gezondheidstechnologieën voor de vergrijzende wereldbevolking, was het belangrijkste onderwerp van deze laatste editie van de Ageing Well Week de overgang van technologie bij de ontwikkelaars naar de markt. Anders gezegd, hoe kunnen we ervoor zorgen dat gezondheidstechnologieën in handen komen van degenen voor wie ze zijn ontwikkeld: de vergrijzende bevolking?

Omdat deze vraag RRD nauw aan het hart ligt, hebben wij ons aangesloten bij het evenement en de lopende discussies over gezond ouder worden. RRD presenteerde twee posters over ons werk in het AAL-project LEAVES (projectnummer AAL-2019-6-168-CP). Binnen het LEAVES-project heeft RRD samen met 8 partners een eHealth toepassing ontwikkeld om ouderen te ondersteunen bij het verwerken van het verlies van hun partner:

  • In de eerste poster liet Stephanie Jansen-Kosterink de eerste resultaten zien over hoe de LEAVES toepassing geaccepteerd wordt onder de eindgebruikers en wat de mogelijke gezondheidseffecten kunnen zijn.
  • In de tweede poster vertelde Lena Brandl over het gebruik en de waardering van ouderen voor een monitoringsysteem met als doel om gebruikers van LEAVES te leiden naar offline behandeling (in het geval van verslechtering van hun situatie terwijl ze met de online rouwdienst werken).
20221101 AAL week 2022 (1)
20221101 AAL week 2022 (2)

Ons werk werd met interesse en enthousiasme ontvangen omdat het aandacht schenkt aan een veelvoorkomend, maar helaas grotendeels niet erkend aspect van het gezond ouder worden: het verwerken van het verlies van dierbaren.

Geïnteresseerd in de posters die RRD op de Ageing Well Week 2022 heeft gepresenteerd?
De poster over technologieacceptatie en mogelijke gezondheidseffecten van LEAVES vindt u hier. De poster over het gebruik en de waardering van een monitoringsysteem door ouderen vindt u hier. Beide posters zijn in het Engels.

Hebt u ideeën over hoe we als gemeenschap van ontwikkelaars van gezondheidstechnologieën de uitdagingen van de vergrijzende wereldbevolking op kunnen lossen? We staan altijd open voor discussies en samenwerkingen om gezond ouder worden binnen ieders bereik te brengen!

Lena Brandl

Lena Brandl

E-mail: l.brandl@rrd.nl

Tel.: 088 087 5768

Stakeholders betrekken als mede-onderzoeker: Een eerste stap richting goede vaardigheidstraining

Geschreven door: Kira Oberschmidt

 

RRD is inmiddels bijna drie jaar betrokken bij het Pharaon project (Horizon 2020, grant agreement No. 857188). Binnen Pharaon gebruiken we actieonderzoek om technologie voor slim en gezond ouder worden te integreren. Aan het eind van het project gaat RRD richtlijnen voor actieonderzoek opstellen die in andere projecten gebruikt kunnen worden.

In ons werk zien we dat het betrekken van niet-wetenschappelijke stakeholders (bijvoorbeeld patiënten en zorgprofessionals) steeds belangrijker wordt. Vooral in participatieve projecten, waarin gebruik wordt gemaakt van methoden als actieonderzoek of burgerwetenschappen, is het niet voldoende om de stakeholders gewoon als deelnemers te betrekken. In plaats daarvan zouden ze juist een actievere rol moeten hebben, waarin zij meer empowered worden. Maar gezien zij niet formeel tot wetenschapper opgeleid zijn, zou er meer kennis en voorbereiding nodig kunnen zijn.

In de literatuur zien we dat vaardigheidstraining voor stakeholders wel eens genoemd wordt als manier om stakeholders erop voor te bereiden mede-onderzoekers te worden. Echter, hier ontbreekt vaak praktische informatie over hoe de training eruit ziet. We vroegen ons af:

  • Wat zijn het onderwerp en de inhoud van de training?
  • Wie ontvangt de training?
  • Wanneer vinden de activiteiten plaats?
  • Wat zijn de geïdentificeerde behoeften (waarom is er training nodig)?
  • Hoe zit de training in elkaar en welke methoden worden gebruikt?

 

Workshop bij NordiCHI 2022

Om deze vragen te beantwoorden hebben we besloten om onderzoekers met interesse in vaardigheidstraining voor stakeholders uit te nodigen voor een workshop. De sessie vond plaats op 9 oktober 2022, als onderdeel van de pre-conferentie activiteiten van NordiCHI 2022. NordiCHI is een tweejaarlijkse, internationale conferentie op het gebied van mens-computer interactie. Dit jaar vond deze plaats in Aarhus (Denemarken). Het onderwerp van dit jaar was Participative computing for sustainable futures.

Tijdens de workshop gingen wij als organisatoren in gesprek met de deelnemers, waaruit veel interessante discussies ontstonden. We hebben het bijvoorbeeld gehad over de volgende vragen:

  • Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen dezelfde taal spreekt?
  • Hoe kunnen we behoeften voor training identificeren?
  • Is training überhaupt wel de juiste term voor dit soort activiteiten?
20221026 NordiCHI (4)

In kleinere groepen hebben we ook de tijd genomen om belemmerende en bevorderende factoren van goede stakeholder training te identificeren. (We zijn nog niet tot een betere term gekomen, dus voor nu houden we het bij ‘training’).  Hoewel er na de workshop nog steeds veel open vragen zijn was het leuk om te zien dat veel deelnemers inspiratie en ideeën op konden doen voor hun eigen werk.

20221026 NordiCHI (1)
20221026 NordiCHI (2)
20221026 NordiCHI (3)

We kijken ernaar uit om deze discussie voort te zetten met geïnteresseerden. Wil je hier meer over weten? Neem dan graag contact op met Kira of Christiane.

Kira Oberschmidt

Kira Oberschmidt           

E-mail: k.oberschmidt@rrd.nl                    

Tel.: 088 087 5767

Christiane Grünloh

Christiane Grünloh                        

E-mail: c.grunloh@rrd.nl

Tel.: 088 087 5723

CE-certificering onder de Medical Device Regulation (MDR) uitbreiden naar een nieuwe ‘intended use’ – Een voorbeeld uit de praktijk

Roessingh Research and Development (RRD) heeft de laatste jaren intensief gewerkt aan de coördinatie van een multi-center interventie studie. Deze interventie bestond uit een soft-robotische handschoen, genaamd Carbonhand, welke is ontwikkeld ter ondersteuning van de handfunctie voor patiënten met een verminderde handknijpkracht. Bioservo, de fabrikant van Carbonhand en opdrachtgever van de studie, had als beoogd doel de CE-certificering van het systeem binnen de MDR uit te breiden naar een nieuwe medische toepassing. Carbonhand had al een CE voor de werking als een hulpmiddel bij dagelijkste taken. De nieuwe ‘intended use’ is echter gericht op het therapeutische effect van Carbonhand, oftewel het verbeteren van de handfunctie na langdurig gebruik van het systeem als hulpmiddel tijdens dagelijkse activiteiten. De vraag aan RRD was dan ook een klinische evaluatie op te zetten en uit te voeren waarmee kon worden aangetoond of dat therapeutische effect er al dan niet is.

Carbonhand systeem

RRD heeft hiervoor een passend onderzoeksprotocol opgezet volgens de Good Clinical Practice (GCP) richtlijn, een internationale ethische en wetenschappelijke kwaliteitsnorm (ISO14155) voor het opzetten, vastleggen en rapporteren van mensgebonden onderzoek. Daarnaast heeft RRD de goedkeuring bij de Medische Ethische Toetsings Commissie (METC) gerealiseerd, hebben we samenwerking met 8 Nederlandse (revalidatie)centra gerealiseerd en alle betrokkenen geschoold in de toepassing van het Carbonhand systeem en de uitvoering van het onderzoeksprotocol. Een monitor van een externe partij was betrokken ter controle van de uitvoering van de GCP richtlijn en alle verzamelde data.

 

Intensieve samenwerking leidt tot succes

Binnen deze  studie zijn 63 deelnemers geïncludeerd met een verminderde handknijpkracht, onafhankelijk van onderliggende diagnose, welke de Carbonhand gedurende een periode van 6 weken thuis gebruikten tijdens de uitvoering van dagelijkse activiteiten. Vooraf vonden 3 baseline metingen plaats, gevolgd door een nameting (binnen 1 week na interventie) en een follow-up meting (4 weken na afloop van de interventie). Ondanks tussenkomst van de COVID-19 pandemie zijn we geslaagd om de studie succesvol uit te voeren, niet in het minst door de intensieve en prettige samenwerking met de deelnemende centra. Dinsdag 27 september jl. heeft de laatste meting plaatsgevonden en is de data verzameling officieel afgerond. Uiteraard hadden we deze mijlpaal niet kunnen bereiken zonder de inzet van de klinische centra: Roessingh Centrum voor Revalidatie, University Medical Center Groningen, Isala klinieken, Rijndam revalidatiecentrum, Reade centrum voor revalidatie en reumatologie, Hoogstraat revalidatie, Sint Maartenskliniek met de locatie Canisius Wilhelmina Ziekenhuis, Klimmendaal.

 

De komende periode richten we ons op de analyse van alle uitkomstmaten. Tussentijdse resultaten waren veelbelovend, nu moet blijken of dat na analyse van alle data zo blijft. Bent u geïnteresseerd in de uitkomsten van de studie, houd dan onze nieuwspagina goed in de gaten voor de laatste ontwikkelingen.

 

Herkent u bovenstaand proces als fabrikant van een medisch hulpmiddel en hebt u een soortgelijk vraagstuk? RRD adviseert en ondersteunt u graag in de opzet en uitvoering van uw klinische evaluatie in het kader van de MDR!

FOTO ERIC BRINKHORST

Anke Kottink-Hutten
E-Mail: a.kottink@rrd.nl

Tel.: 088 087 5733

RE-SAMPLE: Eerste bijeenkomst met alle partners in Nederland

Geschreven door: Marian Hurmuz

Na anderhalf jaar was het dan zo ver: de tien Europese partners in het RE-SAMPLE project kwamen gezamenlijk bijeen in Nederland in het DesignLab van Universiteit Twente. Deze bijeenkomst is georganiseerd met drie belangrijke redenen:

  1. Het delen van kennis met de verschillende projectpartners.
  2. Het brainstormen over onderwerpen waar het project zich de komende halfjaar op gaat focussen.
  3. Het werken aan de teamspirit binnen het project! Zodat we allemaal met de neuzen dezelfde kant op staan.

Iedereen was erg blij dat dit face-to-face kon plaatsvinden. Op deze manier konden we veel interactieve groepssessies organiseren.

resample_groepsfoto
Het vierjarige RE-SAMPLE project (Horizon 2020, grant agreement No. 965315) richt zich op mensen met COPD en andere chronische aandoeningen. Het doel van RE-SAMPLE is om een technologie te ontwikkelen die patiënten en hun zorgverleners ondersteunt.  

Workshops tijdens de bijeenkomst

De bijeenkomst duurde twee dagen waarin enerverende workshops werden gehouden door verschillende partners. Deze workshops gingen onder andere over:
  • Het observationele cohort binnen RE-SAMPLE. Tijdens deze workshop hebben we op een leuke manier gekeken hoe we meer COPD-experts kunnen betrekken in het cohort en hoe we de last voor de COPD-experts in het cohort kunnen verminderen.
  • Coaching. In deze workshop gingen we in groepjes nadenken over relevante coaching topics voor de technologie die we ontwikkelen.
  • De Social Return on Investment (SROI) methode. Deze workshop werd georganiseerd door RRD. Wij gingen met 4 groepjes aan de slag met het vastleggen van de belangrijkste activiteiten en uitkomsten van verschillende stakeholders betrokken binnen RE-SAMPLE (klik hier voor meer informatie over de SROI-methode).
 

Sociale activiteiten

Naast deze workshops hadden we ook tijd voor sociale activiteiten om elkaar beter te leren kennen. Dit begon met een graffiti workshop!! We kregen een stoomcursus graffiti spuiten en daarna mochten we allemaal ons eigen ontwerp gaan maken. Zie hieronder een aantal voorbeelden van deze ontworpen. Aansluitend was er een diner geregeld bij De Tropen in Enschede om onder genot van drankjes en gerechten de avond af te sluiten. Na 1,5 jaar online werken, was het echt leuk om de mensen in RE-SAMPLE persoonlijk te ontmoeten.
valves
loong
impact
groepsfoto_resample

Looking back at RehabWeek 2022

It was a special RehabWeek this year. It was the first in three years because of the covid-pandemic. It was also my first physical conference since covid, and the last one prior to all the lockdowns was RehabWeek 2019. So we came full circle last week. And it was ‘at home’, in the Netherlands. It felt somewhat like a reunion. And whether it was a psychological post-covid effect, or the longer 3-year period in between two RehabWeeks, or just that a lot of developments are happening, it felt like more news was shared than normally, there was more to catch up on with people, and more plans discussed for future collaborations. All in all, it was great to meet our colleagues again and talk about how they are doing and to hear about their latest developments. The fact that the social programme also involved water taxi’s and the SS Rotterdam topped it all off.

RehabWeek 2022
Groepsfoto RehabWeek

Showcasing RRD at Rehabweek

When Rotterdam was announced as the location for the next RehabWeek (2021, originally) at the previous conference in Toronto, we said we should have a good representation of RRD at this edition. Well, we kept our promise. RRD presented in 6 workshops, Hans Rietman delivered a keynote and was expert panel member, Erik Prinsen and Hans Rietman were involved in parallel programme of ISPO-NLand NSRM, we had 4 presentations in various conference sessions, RRD chaired 5 sessions, and had 3 posters on display. The poster from Robert Schulte was nominated for Best Poster Award and he pitched his research findings on smart signal processing from the MyLeg project. Additionally, Claudia Haarman presented her work in one of the ICORR sessions about GRIP, a collaboration with Anke Kottink, where Hankamp Rehab and RRD evaluated a very small and smart wearable device that supports key grasp for people with spinal cord injury, for example.

Presentatie RehabWeek Robert Schulte
Presentatie RehabWeek Cindy Rikhof

Inspirational topics

In between latest developments and research findings of rehabilitation robots, electrical stimulation, VR, eHealth applications etc., in various combinations, there were a few transdisciplinary topics that came back in many presentations and discussions. A lot was said about the need and benefits of involving end-users, either patients or therapists or other stakeholders, in early stages of technology development. Although this is definitely not news to RRD (glad to hear that we've been doing the right thing all along), it is nice to see this catching on across the RehabWeek audience. It was fitting that Stephanie Kosterink presented (twice) about using the Societal Return on Investment (SROI) method to elicit the impact of technology in a broad sense, including quality and process improvements. One of our examples for an SROI was the Innovation Lab of Roessingh Centrum voor Revalidatie, which gained a lot of interest as a means to implement rehabilitation technology in clinical practice and to gauge its impact. Another topic that stood out was the Medical Device Regulation (MDR). Its challenges was a frequent topic of discussion on the exhibition floor with developers of rehab technology. Besides this, we had two presentations about it’s practical implications for research with medical devices; once in relation to safety requirements for rehabrobots and using instrumented dummy limbs to solve this, once in relation to following MDR during a multi-center clinical evaluation of the effect of a soft-robotic glove (Carbonhand) used unsupervised at home. We hope our contributions gave some inspiration for how to deal with the discussed challenges.

Looking forward to the next RehabWeek, next year in Singapore!

Are you interested in the above mentioned topics, but missed our contributions at Rehabweek?
Feel free to contact us! Tel +31 (0)88 0875 777  /    E-mail: g.prange@rrd.nl

Cheers, Gerdienke

Foto Gerdienke Prange

Sociale robots en de revalidatiezorg: Wat is de toegevoegde waarde?

De afgelopen 15 maanden hebben Roessingh Research and Development, BLEUCOMPANION en Roessingh, centrum voor Revalidatie samengewerkt in het SCOTTY project om te onderzoeken wat de toegevoegde van sociale robots in de revalidatiezorg kan zijn.

De rollen en functionaliteiten van de PEPPER robot voor de revalidatie zorg

Het SCOTTY project, gesubsidieerd door DIH-HERO, startte in maart 2021 met de definiëren van de functionaliteiten van de PEPPER robot voor de revalidatiezorg. De PEPPER robot is de sociale robot van Softbank Robotics. Robot PEPPER is ontworpen om te communiceren met mensen en heeft oog voor de emotie van mensen. Tijdens twee co-creatie sessie zijn we samen met zorgprofessionals gekomen tot vier rollen voor de PEPPER robot. PEPPER als assistent van de verpleegkundige, als ondersteuner van de fysiotherapeut, als gastheer en als metgezel.

Sociale robots en de revalidatiezorg

Acceptatie van de Pepper Robot in de revalidatie zorg

Nadat alle content voor deze rollen beschikbaar was is BLEUCOMPANION (technische partner in het project)  in de zomer van 2021 gestart met programmeren van de PEPPER robot. Eind 2021 was het eindelijk zo ver en kon er bij RRD gestart worden met eerste gebuikerstesten met technische experts, zorgprofessionals en patiënten. Deze eerste testen waren vooral nodig om alle bruikbaarheidsproblemen op te sporen en gaven ook veel inzicht in de interactie tussen mens en robot. De verwachtingen rondom de sociale robot waren erg hoog, maar ook kritisch. Om meer inzicht te krijgen in de acceptatie van een sociale robot in de revalidatie zorg is in het voorjaar van 2022 gestart met een acceptatiestudie bij Roessingh, centrum voor revalidatie onder 10 zorgprofessionals en 6 patiënten. Uit deze acceptatie testen kwam naar voren dat de functionaliteiten van de PEPPER robot niet voldoende zijn om nu een rol te kunnen spelen op een klinische afdeling. De zorgprofessionals en patiënten zagen zeker ook positieve punten, zoals het vriendelijk uiterlijk van de robot.

Een alternatieve rol: De Pepper robot in de wachtkamer

Om inzicht te krijgen in de mogelijkheid van de PEPPER robot in de wachtkamer is in de laatste maand van het project een flashmob studie uitgevoerd. In deze studie hebben wij 23 wachtende cliënten gevraagd om een gesprek te voeren met de robot en samen een vragenlijst in te vullen. Een rol in een statische setting, zoals als een wachtkamer lijkt beter te passen bij de PEPPER robot.

Wat is de maatschappelijke waarde van de PEPPER robot?  

Doormiddel van de Social Return on Investment (SROI) Methode is er een maatschappelijke business case voor de PEPPER robot opgesteld. Uit deze analyses blijkt dat dat maatschappelijk waarde van de PEPPER robot nu nog erg laag is en dat maatschappelijke business case alleen positief kan worden wanneer:

  • De rollen en functionaliteiten van de robot uitgebreid worden
  • Er meer patiënten gebruik kunnen maken van de robot
  • De aanschaf- en gebruikskosten van de robot lager zijn

Om de uitkomsten van het SCOTTY project te kunnen delen met anderen is een animatie gemaakt van de weg die de PEPPER robot binnen het project heeft afgelegd. Deze animatie van ruim 10 minuten geeft een goed overzicht van alle project activiteiten en resultaten: https://youtu.be/pTcftwoA_T8

In de juni editie van Robot Magazine is er aandacht voor het SCOTTY project. Voor een artikel zijn onderzoekers Marian Hurmuz en Stephanie Jansen-Kosterink interviewt.

Klik hier om het artikel te lezen.

Meer weten?

Hebben sociale robots en de toepassing hiervan in de zorg uw interesse gewerkt en wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met Sr. onderzoeker Stephanie Jansen – Kosterink (s.jansen@rrd.nl  -  0880 875 717).

E-Health evalueren: Hoe pak je dat aan?

In de praktijk en in de wetenschap is er nog steeds veel onduidelijkheid over het goed evalueren van eHealth. Vooral wanneer de technologie (onderliggend aan de eHealth toepassing) nog in ontwikkeling is. Roessingh Research and Development (RRD) heeft jarenlange ervaring in het begeleiden van dergelijke ontwikkel trajecten, waaronder het evalueren van innovatieve E-Health technologieën. Onder aanvoering van senior onderzoeker Stephanie Jansen – Kostering heeft RRD een eigen werkwijze voor eHealth evaluaties ontwikkeld en gepubliceerd in Digital Health.

 

Continue evaluatie van eHealth

De werkwijze van RRD kenmerkt zich door het continue evalueren van eHealth met als startpunt de volwassenheid van de technologie met aandacht voor verschillende perspectieven. Deze perspectieven zijn; het gebruikersperspectief, het klinische perspectief en het maatschappelijke perspectief. De volwassenheid van de technologie wordt bepaald aan de hand van de Technology Readiness Levels (TRLs). De 9 TRL niveaus (TRL 1 = laag en TRL 9 = hoog) zijn te onderscheiden in drie fases; TRL 1 t/m 3 is de onderzoeksfase, TRL 4 t/m 6 is de ontwikkelingsfase en TRL 7 t/m 9 is de implementatie fase. In de onderzoeksfase staat bijvoorbeeld het gebruikersperspectief centraal en zijn formatieve gebruikerstesten in een laboratorium belangrijk om een goede afstemming te hebben tussen de gebruiker en de technologie. In het paper worden verschillende voorbeelden gegeven van studies in de verschillen TRL-fasen.

E-Health evalueren

Werkwijze e-Health Evaluatie

De RRD werkwijze voor e-Health evaluatie is gepubliceerd in Digital Health. Interesse? Lees hier de publicatie: “Time to act mature – Gearing eHealth evaluations towards technology readiness levels”

Bent u of gaat u bezig met een evaluatie studie van een e-Health toepassing?

RRD denkt graag met u mee. U kunt bij ons terecht voor advies en/of het uitvoeren van evaluatie studies.

Voor vragen over evaluaties studies kunt u contact opnemen met Sr. onderzoeker Stephanie Jansen – Kosterink (s.jansen@rrd.nl  -  0880 875 717).

FOTO ERIC BRINKHORST
  • TWITTER
  • LINKEDIN

 © Copyright - Roessingh Research and Development