Afstuderen of stage lopen bij RRD?

Geschreven door: Yfke Dotinga

Hoi! Mijn naam is Yfke Dotinga en de afgelopen acht maanden heb ik onderzoek gedaan voor mijn afstudeeropdracht bij Roessingh Research and Development (RRD). In deze post deel ik mijn ervaringen over het uitvoeren van een afstudeeropdracht bij RRD.

 

Mijn opdracht

Mijn onderzoek werd uitgevoerd als onderdeel van het RE-SAMPLE project (Horizon grant no 965315) voor de ontwikkeling van een eHealth tool voor mensen met COPD. Mijn onderzoek richtte zich op het afstemmen van de technologie op de doelen en behoeften van de doelgroep. Voor de ontwikkeling van gezondheidstechnologieën is het erg belangrijk om de doelgroep bij het ontwerpproces te betrekken. Daarom koos ik voor een iteratieve aanpak met participatie van de doelgroep aan zowel de begin- als eindfase van mijn onderzoek. Op basis van deze gesprekken voerde ik een grondige analyse uit om hun waarden in kaart te brengen en stelde ik ontwerpvoorbeelden voor om de effectieve betrokkenheid te vergroten. Op deze manier hopen we de ondersteuning van mensen met COPD in hun zelfmanagement te optimaliseren en hun kwaliteit van leven te verbeteren.

 

Dankzij de geweldige steun en het enthousiasme van Christiane Grünloh en medeonderzoekers Eline te Braake, Marian Hurmuz en Stephanie Jansen-Kosterink heb ik met veel plezier gewerkt aan mijn bijdrage aan het RE-SAMPLE project. Ik heb mijn opdracht afgerond en mijn master met succes verdedigd in mei!

 

Studenten bij RRD

Als student bij RRD, krijg je een bureau in een kamer met andere stagiairs/afstudeerders aangewezen, met goed gezelschap voor de koffiepauzes. Wij hebben er een gewoonte van gemaakt om dagelijks een lunchwandeling door het Ledeboerpark te maken en we hebben samen activiteiten ondernomen, zoals schaatsen, uit eten gaan en samen bordspellen spelen. Het was erg fijn om andere studenten om ons heen te hebben met vergelijkbare opdrachten en worstelingen!

20230605_blogpost foto 1 Daghap
Verder was het interessant om over andere projecten te horen en af en toe als proefpersoon te dienen in het bewegingslab. Al met al heb ik veel geleerd tijdens mijn afstudeeropdracht en ben ik tevreden over mijn tijd bij RRD. Dus bedankt voor alle steun!
20230605_blogpost foto 2 motion lab
20230605_blogpost foto 3 Kerstlunch
Wil jij stage lopen bij RRD of afstuderen (bachelor of master) bij RRD? Check onze vacatures en stages pagina!
Screenshot 2023-06-06 093808
Yfke Dotinga

ISPO in Mexico!

Geschreven door: Corien Nikamp

Ik had plechtig beloofd om na afloop van een week Mexico vanwege het wereldcongres van de International Society of Prosthetics and Orthotics in Guadalajara een blog post te schrijven. Met 2 symposia, 2 orals en een sessie voorzitten beloofde het een druk congres te worden. Ons 9-daagse verblijf in Guadalajara werd gisteren geheel niet op ons verzoek met een dag verlengd vanwege een kapot “onderdeel” van het vliegtuig. Dat betekende een nacht extra met een voucher in een hotel, een vroege vlucht alsnog naar Atlanta en een overstap van 9 uur. Genoeg tijd dus om dit blog te schrijven, tussen een paar spelletjes 30-seconds met collega’s uit Groningen door (Enschede won 😊).

Samen met RRD’ers Erik Prinsen en Martin Tenniglo begon onze trip vorige week vrijdag met een vlucht van Amsterdam naar Mexico-Stad. Collega Martin had al gauw contact met een stel Chinese medepassagiers en kreeg spontaan lokale Chinese lekkernijen aangeboden. Het leek nog het meest op vreemd-gekleurde worstjes, gevuld met ei of mais die nog tot in het einde der tijden houdbaar waren, dus ik heb maar vriendelijk bedankt en het bij de KLM-maaltijd gehouden. Na een verder voorspoedige vlucht zijn we vrijdagavond lokale tijd in Mexico-Stad geland en na 3 keer de verkeerde rij gekozen te hebben hadden we dan toch de juiste stempels in het paspoort staan en konden we door naar ons capsule-hotel. Daar had de gang met slaapcabines nog het meest van een ruimteschip weg en ik verheugde me (inmiddels NL-tijd diep in de nacht) op een fijn bed.

De binnenstad van Guadalajara verkennen

Na een nacht zonder slaap op een te dun matrasje met naastgelegen busstation konden we om 5.00 uur lokale tijd weer fris en fruitig naar de juiste terminal om de vlucht naar Guadalajara te halen. Alles volgens schema, waardoor we uiteindelijk rond het middaguur ons hotel hadden bereikt. Na een lunch in een lokaal pittoresk restaurantje moest Erik helaas belangrijke ISPO-NL voorzitter dingen gaan doen, waardoor Martin en ik ons met en taxi richting binnenstad begaven om te voorkomen dat we in slaap zouden vallen. Dat bleek een bijzonder goede keuze. Onderweg de ogen al uitgekeken hoe het verkeer zich in deze miljoenenstad beweegt (hoezo lading vastzetten?).

We bezochten de alom bekende kathedraal en hebben ons urenlang vermaakt in een wijkje met allerlei marktjes, winkeltjes en eettentjes en dus gelijk maar een aantal souvenirs ingeslagen. We kregen hier gelijk een goede indruk van het lokale Mexicaanse leven en het werd mij duidelijk dat we in Nederland (of in ieder geval ikzelf) kinderverjaardagen toch iets te lichtzinnig opnemen. Winkels vol met versieringen, ballon, slingers, borden/bestek/rietjes/bekers in alle kleuren van de regenboog, piñatas en snoep met alle E-nummers die je maar kunt bedenken in hoeveelheden van minimaal een aantal kilo’s.

ispo-e-nummers

Na een jetlag-nacht met slaap redelijk fris opgestaan, waarna Martin en ik ons hadden ingeschreven voor een “Tequilla-tour”. Een bustocht van ongeveer een uur onder leiding van Hector “the protector” als lokale gids bezochten we een agave-plantage en lokale bar, waarna we in Tequilla één van de bekendste Tequilla-brouwerijen bezochten. Een leuke dag waarbij ik als niet-Tequilla-drinker vooral de heen- en terugrit leuk vond om zo een indruk van het land te krijgen.

ispo-tequilla

ISPO Congres

Maandag stond direct na de openingsceremonie een symposium van Erik, Martin en mijzelf op het programma, waarin we vertelden hoe we binnen Roessingh Diagnostisch Centrum behandeling van stiff knee gait na CVA (wetenschappelijk) aanpakken. Goed bezocht en leuke reacties dus een goed begin van het congres. Dinsdag direct weer aan de slag omdat ik een sessie mocht voorzitten, om vervolgens verder te gaan met een symposium van Erik en mijzelf, samen met Prof. Nerrolyn Ramstrand uit Jönköping, Zweden. Wederom een goed bezochte sessie met leuke discussies, waarin we vertelden over onze ervaringen met het doen van gangbeeldanalyses: wat is het effect van het aantal metingen wat je gebruikt voor je resultaten, en hoe zou je de resultaten kunnen presenteren?

Woensdag had ik een rustiger dagje met alleen sessies om zelf te bezoeken. ’s Avonds stond het congresfeest op het programma. Een prachtige locatie op een ranch buiten de stand en Mexicaanse muziek en dans als entertainment, dus dat het eten dan koud is en de drankjes na 1.5 uur op zien we door de vingers. Ik moest vervolgens op de laatste congresdag ’s ochtends als 1e sessie na het feest presenteren, dus had geen hoge verwachtingen van de opkomst, maar dat bleek alles mee te vallen. Op “kingsday” bleken we een Nederlands feestje te vieren in onze sessie. Twee buitenlandse sprekers kwamen niet opdagen, waardoor er 4 presentaties vanuit Amsterdam en Enschede overbleven, “oranje boven” dus. Ik vond het in deze sessie superleuk om na diverse eerdere ISPO-congressen waarin ik vertelde over de resultaten van m’n promotie-studie, nu te presenteren over de implementatie van het EVO-spreekuur in het Roessingh. De cirkel is dus rond!

’s Middags nog een laatste keer aan de bak om de 1e definitieve resultaten van onze iHand-studie te presenteren, waarin we kijken naar de effecten van een soft-robotische handschoen tijdens het gebruik in de thuissituatie. Het was leuk om tijdens ISPO ook aandacht te kunnen geven aan dit soort revalidatietechnologie. Met deze sessie zit er een volle congresweek op. Het kostte veel voorbereidingstijd, maar heeft een leuke week opgeleverd met het ontmoeten van oude bekenden en nieuwe contacten. Wat me buiten het congres bij zal blijven van Mexico? Verkeer met een “sportieve rijstijl” en lampjes op auto’s als ware het kermisattracties, gaten in de stoep, harde muziek, rommel op straat, 30+⁰C, lekker eten en vriendelijke mensen, die met 5-10 minuten 20-30 minuten bedoelen.

Het volgende ISPO congres vindt in 2025 plaats in Stockholm, en met een uitnodiging om plaats te nemen in de “World Congress Scientific Committee” voor 2025 op zak zijn de voorbereidingen voor de volgende editie alweer begonnen! Hopelijk zo nog een laatste potje 30-seconds en dan een plaatsje bemachtigen op de vlucht naar Amsterdam, dan zijn we na 10 intensieve dagen weer thuis.

Nog een laatste mooie muurschildering die ik in de stad tegenkwam!

Groet Corien

ispo-muurschildering
Corien Nikamp

Corien Nikamp, PhD

E-mail: c.nikamp@rrd.nl

Tel.: 088 087 5762

PhD verdedigingen Marit Zandbergen en Luca Marotta: Het gebruik van inertial measurement units (IMU’s) bij hardlopen

Geschreven door: Marian Hurmuz

In de eerste week van februari hebben twee oud-collega’s van RRD hun PhD proefschrift verdedigd! De focus van hun onderzoek lag bij de hardlopende populatie. Marit Zandbergen verdedigde haar proefschrift “Moving forwards by going outside: Inertial measurement unit-based monitoring of running biomechanics”. Hardlopen is een populaire sport en heeft veel gezondheidsvoordelen. Maar door hardlopen is er ook een groot risico op het ontstaan van blessures. De biomechanica van hardlopen zou van nut kunnen zijn om het risico op blessures in de gaten te houden. Alleen het probleem is, is dat het onduidelijk is met welke biomechanica we rekening moeten houden. Marit heeft tijdens haar onderzoek aan dit onderwerp gewerkt, waarbij haar doel was om meer inzicht te krijgen in de biomechanica van hardlopen, en om de uitdagingen te verkennen met betrekking tot draagbare bewegingsanalyse tijdens het hardlopen in een sport setting. Op donderdag 2 februari 2023 heeft zij haar proefschrift verdedigd. Deze vind je hier.

Haar proefschrift omvat de volgende onderwerpen:

  • Het onderzoeken van de effecten van hardloop-geïnduceerde vermoeidheid op hardloopkinematica.
  • Het meten van het looppatroon (loopsnelheid, stapfrequentie) in een vermoeiende buitenloop.
  • Het onderzoeken van de relatie tussen piekversnelling van het scheenbeen en de compressiekrachten op het scheenbeenbot.
  • Het onderzoeken of het quasi-cyclische karakter van hardlopen kan worden gebruikt om drift-vrije 3D oriëntatie van een lichaamssegment te schatten op basis van één gyroscoop.
  • Het bepalen hoe de 3D oriëntatie en verplaatsing van één IMU op het onderbeen kan worden geschat op basis van het quasi-cyclische karakter van hardlopen.

Marit eindigt haar proefschrift met de aanbeveling aan anderen om de biomechanica van het hardlopen te monitoren in een sport setting en om hun aandacht te verleggen van het onderzoeken van kinematische grootheden op groepsniveau naar de krachten die daaraan ten grondslag liggen op individueel niveau. Naar buiten treden met behulp van de methoden die zij in haar proefschrift heeft voorgesteld, is de volgende stap in het vergroten van ons begrip van de biomechanica van het hardlopen!

20230214_Verdediging Marit (foto 1)

De volgende dag, 3 februari 2023, was het tijd voor Luca Marotta om zijn proefschrift “Development of inertial sensor-based methods to assess physical fatigue in running applications” te verdedigen. Zoals net uitgelegd, hebben hardlopers een hoog blessurerisico. Het monitoren van fysieke vermoeidheid zou hardlopers ten goede kunnen komen, maar kwantitatieve identificatie van fysieke vermoeidheid ontbrak in de literatuur. Daarom richtte Luca zich op dit onderwerp door na te gaan of fysieke vermoeidheid bij hardlopen geïdentificeerd kan worden met behulp van IMU’s. Tijdens Luca’s verdediging, heeft één van de commissieleden de paranimfen gevraagd om deel uit te maken van een klein experiment. De paranimfen moesten één arm recht vooruit houden tijdens de verdediging. Dit leuke experiment liet zien dat mensen ook vermoeid kunnen raken wanneer ze niet bewegen.

In Luca’s onderzoek was de focus natuurlijk op vermoeidheid bij bewegen, namelijk hardlopen. Je kan zijn proefschrift hier vinden, en het omvat de volgende onderwerpen:

  • Het beoordelen of biomechanische veranderingen gemeten met IMU’s kunnen helpen bij het nauwkeurig detecteren van vermoeidheidstoestanden bij hardlopen.
  • Het onderzoeken of verschillende triaxiale IMU’s met verschillende frequenties vergelijkbare relatieve veranderingen in piekversnellingen tijdens het lopen op een loopband meten.
  • Het meten in hoeverre fysieke vermoeidheid kan worden vastgesteld met behulp van IMU-gegevens in een buitenloop en het vaststellen van de optimale combinatie van sensorlocaties en -kenmerken.
  • Het onderzoeken in hoeverre een algoritme dat getraind is op IMU-gegevens en dat vermoeidheid detecteert, kan worden gegeneraliseerd naar verschillende loopintensiteiten en -scenario’s.

Luca geeft in zijn proefschrift aan dat machine learning modellen hardloopvermoeidheid met redelijke nauwkeurigheid kunnen identificeren, ongeacht de intensiteit van het hardlopen. Toekomstig onderzoek moet zich richten op het gebruik van vermoeidheidsinformatie van IMU’s om feedback te geven aan de hardloper en uiteindelijk de belasting te verbeteren en het risico op blessures te verminderen!

We zijn erg trots op Marit en Luca voor hun harde werk bij RRD de afgelopen jaren en voor het succesvol verdedigen van hun proefschriften! We wensen hen beiden veel succes in hun verdere carrière!

20230214_Verdediging Luca (foto 2)

Oogsten wat je zaait: laatste LEAVES-projectbijeenkomst

Geschreven door: Lena Brandl

36 maanden, negen consortiumpartners, drie landen, één gemeenschappelijk doel: oudere volwassenen na het verlies van hun partner ondersteunen. Iedereen krijgt te maken met verlies in het leven. Rouwen is een normale en gezonde reactie op verlies. Toch is verdriet soms overweldigend en kan men zich verloren voelen. Samen met acht internationale partners in Portugal, Zwitserland en Nederland heeft RRD de afgelopen drie jaar een online dienst voor oudere rouwenden ontwikkeld om hen te ondersteunen bij de verwerking van het verlies van hun partner.

Het is een spannende en leuke reis geweest, inclusief vele uren discussiëren, ontwikkelen en evalueren, samen met oudere volwassenen, rouwprofessionals en onze consortiumpartners.

 

Bij DOMUSDELA in Eindhoven kwam het consortium van AAL-project LEAVES (projectnummer AAL-2019-6-168-CP) een laatste keer bijeen om de meest recente inspanningen te bespreken en de laatste werkzaamheden op elkaar af te stemmen, waaronder:

  • het bespreken van de voortgang van het evaluatieonderzoek van LEAVES in Zwitserland;
  • het documenteren van de inzichten uit de evaluatiestudies in Portugal en Nederland die in de tweede helft van 2022 zijn uitgevoerd. De resultaten uit deze twee evaluatiestudies worden momenteel voorbereid voor (wetenschappelijke) publicaties; en
  • het ontwerpen van een business case voor toekomstige exploitatie van de LEAVES-interventie voor rouwende ouderen.

 

We namen ook de tijd om terug te kijken naar waar LEAVES begon, namelijk:

  • hoe we een op tekst gebaseerde rouwinterventie veranderden in een meer dynamische, op dialogen gebaseerde interventie, gecombineerd met leesmateriaal over het rouwproces, schrijfoefeningen en activiteitensuggesties om zelfzorg te bevorderen;
  • hoe we een algoritme ontwikkelden om te detecteren en te communiceren wanneer LEAVES-gebruikers wellicht beter offline ondersteuning bij hun rouwproces kunnen betrekken; en
  • hoe Luisa, onze eerste virtuele coach voor LEAVES, uiteindelijk herontworpen werd als Zon, een abstracte virtuele coach in de vorm van een zonnetje. In LEAVES introduceert de virtuele coach de inhoud van de interventie aan gebruikers. Tijdens het project leerden we dat voor sommige ouderen een virtuele coach ontworpen als een lotgenoot (een oudere volwassene die eveneens haar partner heeft verloren) verwarrend is. Sommige ouderen die deelnamen aan vroege prototypetests van LEAVES werden misleid, omdat ze dachten dat Luisa een echt persoon was. Daarom hebben we uiteindelijk het idee van een lotgenoot als virtuele coach los gelaten en kwamen we samen met de ouderen op het ontstaan van de Zon.
20230207_blog LEAVES

Het AAL-project LEAVES is de laatste fase ingegaan van rapportages en het wegwerken van losse eindjes. RRD kijkt met plezier terug op drie jaar vruchtbare samenwerking met onze partners in het LEAVES-consortium. Nu kijken we vooruit naar de eindevaluatie van het project in april 2023.

Lena Brandl

Lena Brandl

E-mail: l.brandl@rrd.nl

Tel.: 088 087 5768

PhD verdediging Jule Bessler-Etten: Safety first in rehabilitation robots!

Geschreven door: Marian Hurmuz

De eerste PhD verdediging van 2023 is een feit! Jule Bessler heeft dit afgetrapt en heeft haar proefschrift verdedigd, getiteld “Safety first in rehabilitation robots! Investigating how safety-related physical human-robot interaction can be assessed”. Tegenwoordig zijn en worden er veel verschillende robotische systemen ontwikkeld om te gebruiken in de revalidatiezorg. Deze robots werken zeer nauw met mensen. Dus dit brengt uiteraard ook mogelijke risico’s met zich mee. Deze risico’s moeten zorgvuldig worden beoordeeld. Maar hoe kunnen we dit beoordelen? En welke factoren moeten we hierbij in acht nemen? Jule heeft haar PhD gewijd aan dit onderwerp. Op donderdag 19 januari (2023), heeft zij haar proefschrift verdedigd. Wil je dit lezen? Klik dan hier.

 

Jule’s proefschrift omvat de volgende onderwerpen:

  • Het achterhalen van de meest urgente risico’s en veiligheidsproblemen in revalidatierobots.
  • Het identificeren van factoren die kunnen leiden tot excessieve interactiekrachten op het menselijk lichaam door de robot.
  • Het bestuderen van een prototype meetinstrument om de interactiekrachten tussen een menselijke arm en een spalk te onderzoeken.
  • Het meten van de belasting op het bewegingsapparaat met een geïnstrumenteerde beensimulator.
  • Het onderzoeken van de invloed van belasting door revalidatierobots op comfort en veiligheid.

 

Jule eindigt haar proefschrift met aanbevelingen voor een stappenplan om tot verbeteringen in de veiligheid van revalidatierobots te komen, en om kennis op te doen en richtlijnen te creëren die ontwikkelaars ondersteunen in het veiligheidscertificeringsproces. Jule geeft aan dat revalidatierobots alleen in de markt kunnen komen nadat dit is bereikt.

We zijn erg trots op Jule en al haar harde werk bij RRD! Jule blijft werken in de revalidatiesector. Ze is begonnen bij Schuchmann in Duitsland als Quality Assurance Manager. Dit bedrijf ontwikkelt hulpmiddelen voor kinderen in de revalidatiezorg. We wensen jullie het allerbeste toe in haar carrière!

20230125_defence Jule

Hoe pakken we knelpunten bij het implementeren van gezondheidstechnologieĂ«n in een vroeg stadium aan? – Het belang van service modelling

Geschreven door: Eline te Braake

De afgelopen jaren zijn er veel nuttige en veelbelovende eHealth technologieën ontwikkeld. Het is echter helaas nog steeds het geval dat veel van deze technologiën niet (succesvol) in de praktijk worden geïmplementeerd. Het blijkt dat de dagelijkse praktijk vaak heel anders is dan de onderzoekscontext.  Bovendien beïnvloedt het gebruik van de technologie het gedrag van mensen en vice versa, hoe mensen zich gedragen en de technologie gebruiken, beïnvloedt de impact. Hierdoor kan er een kloof ontstaan tussen de dagelijkse praktijk en het doel van de eHealth technologie. Als gevolg hiervan worden verschillende eHealth technologieën slechts gedeeltelijk of helemaal niet in de praktijk gebruikt. Dit betekent dat potentiële eindgebruikers nooit de voordelen van deze veelbelovende technologieën zullen ervaren.

 

Hoe kunnen we dit voorkomen?

Bij RRD willen we dit probleem voorkomen door al in een vroeg stadium naar het implementatieproces te kijken. Dit betekent dat tijdens de ontwikkeling van de eHealth technologie verschillende stappen worden genomen om de kans op het mislukken van de implementatie te verkleinen. Een van deze stappen is service modelling. Een service model beschrijft alle taken, processen en verantwoordelijkheden die bepaalde mensen of organisaties hebben of moeten uitvoeren zodra de eHealth technologie in de dagelijkse praktijk wordt gebracht. Een belangrijk aspect van service modelling is het betrekken van belanghebbenden; de mensen of organisaties die invloed hebben of ondervinden van de technologie. Belanghebbenden zijn de experts als het gaat om de dagelijkse praktijk; ze hebben cruciale kennis over de huidige zwakke en sterke kanten in de praktijk die niet kunnen worden geïdentificeerd door alleen naar de literatuur te kijken. Bovendien kunnen door het betrekken van stakeholders behoeften en wensen op elkaar worden afgestemd, wat op lange termijn de inzet voor toekomstige implementatie kan vergroten.

 

Voorbeeld van service modelling binnen een project

Onlangs heeft RRD het service model ontwikkeld voor RE-SAMPLE (Horizon grant no 965315).  RE-SAMPLE is een Europees project dat zich richt op mensen met COPD. Het doel van RE-SAMPLE is om een technologie te ontwikkelen die patiënten en zorgverleners ondersteunt om hun COPD en andere chronische aandoeningen te beheersen.  Het RE-SAMPLE service model is gebaseerd op 5 studierondes met stakeholders uit drie verschillende landen: Italië, Nederland en Estland.  

Hoewel RE-SAMPLE één project is, werden de meeste studies voor elk land afzonderlijk uitgevoerd. Het was heel belangrijk om dit te doen, omdat er veel verschillen zijn tussen de landen in termen van hoe de zorg is georganiseerd.  In Italië werd bijvoorbeeld duidelijk dat de arts de meeste tijd met de patiënten doorbrengt, terwijl in Nederland longverpleegkundigen de patiënt met COPD vaker zien. In Nederland worden korte wachtlijsten gezien als een kracht van de huidige zorg, terwijl in Estland lange wachtlijsten worden genoemd als de zwakte van de huidige zorg. Dit zijn slechts kleine voorbeelden van de vele verschillen tussen de drie landen.

Rekening houdend met de verschillen bleek dat één versie van het servicemodel niet voor alle drie de landen kan worden gebruikt. Dit is de reden dat de verschillen tussen landen duidelijk worden gemaakt in het service model. Het kan zijn dat verschillende rollen en verantwoordelijkheden worden toegewezen aan verschillende belanghebbeden in een bepaald land. Hieronder ziet u de definitieve versie van het RE-SAMPLE-servicemodel met alle verschillende rollen, processen en verantwoordelijkheden:

praktijkvoorbeeld_implementatie_van_gezondheidstechnologieën

Tijdens de verschillende onderzoeken is veel waardevolle informatie verzameld om het service model te ontwikkelen. Zonder de betrokkenheid van belanghebbenden zouden de huidige processen, problemen in de zorg en voorkeuren met betrekking tot toekomstige implementatie niet kunnen worden geïdentificeerd. Wilt u meer weten over de service model ontwikkeling van RE-SAMPLE? U kunt hieronder een video zien waarin het hele proces van de ontwikkeling van het service model in detail wordt uitgelegd.

Wilt u dit proces uitgelegd zien in het Nederlands? Klik dan op de volgende link: https://www.youtube.com/watch?v=S-PkshYyHMI

Wilt u meer weten over service modelling in het algemeen of wilt u weten wat de mogelijkheden zijn voor uw organisatie? Neem gerust contact op met RRD! We kunnen elkaar mogelijk helpen en de hulp bieden die u nodig hebt.

Eline te Braake

Eline te Braake

E-mail: e.tebraake@rrd.nl 

Tel.: 088 087 5734

Werken volgens de Good Clinical Practice richtlijn

Geschreven door: Stephanie Jansen-Kosterink

 

Zoals op onze website te lezen is, levert Roessingh Research and Develoment (RRD) wetenschappelijk onderzoek naar innovatieve zorgtechnologie met een focus op de eindgebruiker. Een deel van ons onderzoek valt onder de noemer medisch-wetenschappelijk onderzoek. Dit type van onderzoek is nationaal en internationaal gebonden aan wet- en regelgeving, zoals de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) en Medical Devices Regulation (MDR).  

Bij RRD zijn alle onderzoekers in het bezit van een WMO-GCP registratie. In 2015 heb ik als één van de eersten bij RRD een externe meerdaagse training gevolgd om deel te mogen nemen aan het WMO-GCP examen. De training was heel interessant. Veel was bekend, vooral het indienen van een onderzoeksprotocol bij een medisch ethische toetsingscommissie (METC), maar veel ook niet. Wat nieuw voor mij was, was de informatie over het uitvoeren van medisch-wetenschappelijk onderzoek, zoals de noodzaak van standard operating procedures (SOPs) voor alle onderdelen van het uitvoeren van het onderzoek. Het examen was vooral erg moeilijk. Het was jaren geleden dat ik een examen had gedaan en de focus lag vooral op de details. Maar gelukkig was de uitslag positief en had ik mijn WMO-GCP registratie binnen. Daarmee was het niet klaar. Deze registratie is 3 jaar geldig en dat betekent dat je elke 3 jaar wordt uitgenodigd voor een herregistratie. De WMO-GCP herregistratie gaat over de WMO, Good Clinical Practice (GCP) richtlijnen, ISO14155 standaard voor onderzoek met medische hulpmiddelen en specifieke zaken op het gebied van mensgebonden onderzoek, inclusief de laatste wijzigingen.

Mijn registratie was nog geldig tot januari 2023 en herregistratie was weer nodig. Woensdag 7 december was ik uitgenodigd in Heeze en tijdens de treinreis naar het zuiden heb ik de WMO-GCP herregistratie e-learning van de Tapas Group doorlopen. Uiteindelijk was ik op Eindhoven CS aangekomen bij de certificeringsvragen. Gelukkig alle vragen goed en mijn herregistratie was weer een feit!

Het goed uitvoeren van onderzoek blijft een vak apart. Veel onderzoek dat we bij RRD uitvoeren is wel wetenschappelijk, maar niet altijd medisch. Toch kiezen we ervoor om al ons onderzoek in eerste instantie te benaderen als medisch-wetenschappelijk. Wanneer we overtuigd zijn dat het onderzoek niet onder de WMO valt, verifiëren we dat altijd bij de METC Oost Nederland. Ook als het niet onder de WMO valt, blijven we de GCP richtlijnen volgen.

Bent u zelf bezig met het voorbereiden van onderzoek, zoals het testen van een interventie of een medisch hulpmiddel? Dan helpen we uw graag met het opstellen van het onderzoeksprotocol en het begeleiden van de medisch ethische toetsing!

FOTO ERIC BRINKHORST

Stephanie Jansen-Kosterink

E-mail: s.jansen@rrd.nl

Tel.: 088 087 5717

PhD verdediging Robert Schulte: Up to one’s knees in data

Geschreven door: Marian Hurmuz

 

Data-gedreven intentie detectie met behulp van elektromyografie (EMG) kan mogelijk gemotoriseerde protheses intuïtiever te maken. Elektromyografie heeft zijn uitdagingen, maar het vormt ook een kans om intuïtieve controle van protheses mogelijk te maken met behulp van intentie detectie. Robert Schulte focuste zijn PhD op het onderzoeken van data-gedreven intentie detectie strategieën in de onderste extremiteit door gebruik te maken van EMG. Vorige week donderdag (8 december 2022) verdedigde Robert zijn proefschrift. Deze kunt u hier vinden.

 

Zijn proefschrift omvat de volgende onderwerpen:

  • Het ontwikkelen en valideren van een synchronisatie methode voor draagbare meetsystemen van kinematica en EMG.
  • Het verzamelen van een grote database van kinematica en EMG, MyPredict, met daarin 55 deelnemers gemeten in 85 meetmomenten.
  • Het onderzoeken of een genetic algorithm een nieuwe optimale feature set kon maken die gebruikt zou kunnen worden voor controle van een beenprothese.
  • Het onderzoeken of concept drift een rol speelt in patroon herkenning in de onderste extremiteit.
  • Het vergelijken van drie verschillende adaptatie strategieën om concept drift te voorkomen: gebaseerd op entropy, gebaseerd op backward prediction en gebaseerd op een combinatie van beide.
  • Het vergelijken van drie verschillende modellen die knie moment kunnen schatten in niet-gewicht-dragende situaties: convolutioneel neuraal netwerk (CNN), neuromusculair model (NMS) en een hybride model (combinatie van CNN en NMS).

 

Robert eindigt zijn proefschrift met de conclusie dat data-gedreven intentie detectie de mogelijkheid biedt om protheses intuïtiever te maken, wat mogelijk kan leiden tot betere prothese controle.

We zijn erg trots op Robert en zijn harde werk bij RRD! Met het afronden van zijn PhD, is er geen einde gekomen aan het werken met data. Robert werkt nu bij Datavibes in Gouda als Data Engineer/Data Scientist. Hier werkt hij nog steeds met data, maar niet meer in een wetenschappelijke context. We wensen hem veel succes in zijn toekomstige carrière!

20221214_PhD Robert

Betrekken van burgers en patiĂ«nten in onderzoek van “ hoezo “ naar “ hoe? zo! "

Geschreven door: Christiane Grünloh, Ria Wolkorte, Rita Schriemer

 

Zodra de calls voor onderzoeken zich aandienen, komen burger- en patiëntparticipatie om de hoek kijken. Zonder steunbrief van een patiëntenorganisatie of belangenorganisatie maakt je aanvraag weinig kans. En heb je de steunbrief eenmaal binnen, hoe borg je de participatie dan op een goede manier? Participatie is niet alleen een kwestie van afvinken door patiënten, maar even goed van aanvonken van onderzoekers. Binnen ICMS (lees omschrijving onderaan) zijn drie collega's vanuit hun eigen vakgebied bezig om participatie te implementeren. Gezamenlijk verspreiden ze hun kennis, ervaring EN overtuiging. 

De principes van waardegedreven zorg en Samen Beslissen zijn in de kliniek vanzelfsprekend. Kunnen we dat ook zeggen van het onderzoek dat aan de zorg vooraf gaat? Worden patiënten, burgers of eindgebruikers betrokken bij ICMS onderzoeken? Het antwoord is ja. Maar het kan nog beter. Als het aan deze collega’s ligt wordt het de gouden standaard dat mensen betrokken raken bij al het onderzoek. En dan dus niet alleen als deelnemer of tester, maar dat zij een stem krijgen in de opzet en de keuzes die worden gemaakt in het onderzoek. Christiane Grünloh (Roessingh Research en Development) , Ria Wolkorte (Universiteit Twente) en Rita Schriemer (Sint Maartenskliniek/Radboudumc) vertellen.

Christiane: “Voor ons drieën is het zo klaar als een klontje dat je mensen actief betrekt bij je onderzoek. Het is nodig als je impact wilt. Impact heb je alleen als je onderzoek relevant is. Relevantie bereik je onder meer als je onderzoek de belangrijkste vragen en problemen van onderzoeksgroep adresseert. Of wanneer de uitkomsten, technologisch of maatschappelijk, bijdragen aan de kwaliteit van leven.” Ria: “We betrekken patiënten bij de dagelijkse praktijk van wetenschap. Ze helpen meebeslissen in de keuzes.” Dat doen ze alle drie vanuit hun eigen disciplines en met de manieren zoals die in hun vakgebied gebruikelijk zijn. Rita: “In het klinisch onderzoek noemen we dit patiëntparticipatie. Citizen Science is de term en methode die op de UT wordt toegepast op gezondheidsonderzoek. Bij Roessingh Research en Development spreken we van Human Centered Design.”

Christiane: “Het zijn verschillende begrippen en invullingen voor benaderingen die hetzelfde centrale vetrekpunt hebben, namelijk dat de mensen voor wie je je onderzoek doet, ook de mensen zijn met wie je het onderzoek doet.”

 

Klinisch en fundamenteel onderzoek

Rita: “In het klinisch onderzoek wordt het steeds meer de standaard om patiënten actief te betrekken bij het onderzoek. Waar mensen eerst alleen als deelnemer participeerden, denken patiënten nu ook in andere fases van het onderzoek mee. Dat kan al in de aanvraag. Patiënten kunnen meedenken over de relevantie van het onderzoek en commentaar geven op de lekensamenvatting. Maar wanneer je de interactie al vroeger inzet, kan hun inbreng nog leiden tot accentverschillen omdat bepaalde deelgebieden voor hen relevanter zijn in het dagelijks leven dan andere. Dit hebben we onlangs nog ervaren in een aanvraag voor artrose-onderzoek. Twee zeer betrokken patiënten waren zelfs aanwezig bij het interview met de financier. Voor hen was de belangrijkste reden om zich aan het onderzoek te committeren de holistische kijk van het onderzoek op de ziekte. Zij weten als geen ander dat er bij hun aandoening een combinatie van medische, biologische, sociale, bewegings- als gedragsaspecten te pas komen.

Vaak denken fundamenteel onderzoekers dat hun vakgebied of onderzoek te moeilijk is voor leken, of dat het betrekken van buitenstaanders weinig oplevert. Toch hebben de PhD’ers op reumaonderzoek op de Sint Maatenskliniek en op het lab experimentele reumatologie van het Radboudumc allemaal een patiëntvertegenwoordiger die het grootste deel van het onderzoekstraject meeloopt. Hem of haar moeten ze dan in lekentaal uitleggen wat ze onderzoeken, hoe ze dat doen en wat er uit de onderzoeken komt. Wat blijkt? In elke fase van het onderzoek is wel een rol voor patiënten weggelegd. Meedenken kan op verschillende niveaus en in verschillende onderzoeksfasen. Deze partnerschappen worden door beide partijen zeer gewaardeerd.”

 

Burgerwetenschap

Citizen science is vooral bekend vanuit het ecologisch onderzoek, denk bijvoorbeeld aan de vogeltelling. Maar deze kijk is te beperkt. Citizen science is de laatste jaren juist veel toegepast in gezondheidsonderzoek. Mensen met een chronische aandoening zijn vaak zelf al op zoek naar oplossingen om hun leven prettiger te maken. Juist deze motivatie en het zelfonderzoekende vermogen kun je inzetten in onderzoek. Ria : “In Twente zijn we aan de slag gegaan met een groep mensen met Reuma volgens de principes van citizen science. Het actief betrekken van burgers bij je onderzoek, betekent een andere rolverdeling dan de klassieke tussen patiënt en onderzoeker. We hebben met de betrokkenen afspraken gemaakt over datamanagement en open science. Van wie is de data en wie kan erbij? Alleen de onderzoeker? Of is de data ook van de deelnemende burger zelf. Hoe moet de toegang dan worden geregeld? Dit waren mooie gesprekken met duidelijke afspraken, die normaliter niet met de deelnemers aan onderzoek worden gevoerd.

Ons onderzoeksthema was op basis van de keuze van mensen met reuma vrij losjes geformuleerd rondom vermoeidheid. Samen met de deelnemers, die we co-onderzoekers noemen, hebben we dit verder vorm gegeven. We kwamen erachter dat het juist de grilligheid en onvoorspelbaarheid van vermoeidheid waren die ze beter wilden leren begrijpen. Zij besloten toen dat het belangrijk was om over langere termijn te kijken naar de mate van vermoeidheid en factoren die daar invloed op kunnen hebben. Daarvoor stelden zij het maximaal aantal meetmomenten (1) per etmaal vast als ook de duur van de meting (21 dagen). Dit is beperkter dan wij als onderzoekers voor ogen hadden, maar voor ons was juist ook de haalbaarheid van het onderzoek belangrijk. Het is overigens niet zo dat alleen de onderzoeker of de burgers beslissen. Als onderzoeker blijven wij natuurlijk kijken naar wat wetenschappelijk verantwoord is, en blijven daar ook verantwoordelijk voor. Maar er is veel meer een uitgangspunt van samen beslissen en transparantie.”

 

Participatief ontwerp van gezondheidstechnologie

Om technologie te ontwikkelen die gebruiksvriendelijk is, is het belangrijk te weten, welk behoefte en doelen mensen hebben, wat hun kenmerken zijn, welke taken ze hebben en in welke context zij de oplossingen zullen gebruiken. Dit is het uitgangspunt om eerste ideeën voor mogelijke oplossingen te creëren, die vervolgens continu worden getest en verbeterd samen met de gebruikers.

Christiane: “Recent zijn we met een onderzoek gestart naar mensen met COPD. Clinici wilden het onderzoek vooral gebruiken om een predictiemodel te maken; met welke mensen gaat het slechter? Daarvoor moesten patiënten langere perioden meetwaarden aanleveren. Maar door met de patiëntgroep te spreken, kwamen we erachter dat mensen ook iets terug willen voor het leveren van data. Ze verwachten namelijk ook terugkoppeling van hun persoonlijke meetwaarden. Gegevensverzameling alleen is voor hen niet nuttig, maar kan eerder een last zijn vooral voor patiënten met weinig energie. Dit is van belang om mee te nemen in de ontwikkeling van de app, want anders stoppen mensen met het gebruiken op de langer termijn en dan hebben de clinici te weinig data voor hun predictiemodel. Dit soort kanttekeningen weten wij al vanuit het Human Centered Design, of vanuit actie-onderzoek, toch zie ik die blinde vlek telkens weer terugkomen bij onderzoekers. Maar voor mij is er geen onderzoek zonder actieve inbreng van alle gebruikers en betrokkenen denkbaar. Op die manier brengen we alle relevante perspectieven en behoeften van de verschillende gebruikersgroepen samen, om gezondheidstechnologieën te creëren die nuttig zijn voor hen allemaal.

Samen kunnen het we onderzoek relevanter en beter maken. En daarbuiten houden patiëntparticipatie, citizen science en human centered design de gesprekken tussen de wetenschap en de maatschappij gaande.

Het betrekken van burgers, patiënten en eindgebruikers is geen "rocket science” maar vraagt wel zorgvuldigheid van de onderzoeker. Bij vragen hieromtrent kunnen wij meekijken hoe je participatie kunt borgen in je opzet en uitvoer van het onderzoek. Je zult zien, dat het veel oplevert en vanzelfsprekend wordt. Meer weten hoe jij mensen betrekt in je onderzoek? Wij denken graag in een vroeg stadium met je mee!

20221124_ICMS

v.l.n.r.: Ria Wolkorte, Rita Schriemer, Christiane Grünloh

 

Ria Wolkorte r.wolkorte@utwente.nl

Rita Schriemer r.schriemer@maartenskliniek.nl

Christiane Grünloh c.grunloh@rrd.nl

 

ICMS (Interdisciplinary Consortium for clinical Movement Sciences & technology) is een unieke samenwerkingsverband tussen Sint Maartenskliniek (een gespecialiseerd ziekenhuis dat zich volledig richt op bewegingsstoornissen), Radboud Universitair Medisch Centrum, Radboud Universiteit, Universiteit van Twente, Roessingh Research and Development en Roessingh Centrum voor Revalidatie. Binnen dit verband werken we samen met wetenschapsgedreven bedrijven (nationaal en internationaal).

Enkel-voet orthesen in de revalidatie na een beroerte: Op naar de Noorse fjorden!

Geschreven door: Corien Nikamp

Soms ontvang je van die mailtjes die je bijna richting prullenbak stuurt omdat het de zoveelste uitnodiging voor een artikel in een tijdschrift of congres is, maar die je op het laatste moment toch beter leest. Gelukkig maar! Begin dit jaar was dat ook het geval. Ik ontving een mailtje van iemand van de Noorse Vereniging voor orthese- en prothesemakers, NITO. Ze herinnerde zich mijn presentaties over het gebruik van enkel-voet orthesen (EVO’s) na een beroerte, tijdens het International Society for Prosthetics and Orthotics (ISPO) wereldcongres in Kobe, Japan in 2019. Van Covid-19 hadden we toen nog niet gehoord, dus dat congres lijkt soms uit een andere tijd te stammen. Zij was het congres en mijn presentaties echter niet vergeten en nodigde me uit om op hun jaarlijkse congres in november te komen om daar voor het Noorse publiek over mijn PhD-studie te vertellen, inclusief de laatste ontwikkelingen. Dit soort uitnodigingen komen natuurlijk niet wekelijks voorbij, dus afgelopen weekend ben ik in Trondheim geweest.

 

Trondheim

Het was een zeer geslaagd weekend. Trondheim is vanwege eerdere congressen geen onbekende omgeving voor me. Met een hotel aan het water en uitzicht op de fjorden geen slecht vooruitzicht voor een kort bezoek.

Trondheim_fjorden
Trondheim_uitzicht

De rijen op Schiphol doorliep ik in 20 minuten doorlopen waar ik 4 uur had ingecalculeerd, dus de trip naar Trondheim verliep zonder enige stress. Als je dan op zondagochtend je presentatie moet geven, maar er op zaterdagavond ook een galadiner met vervolgens feest ingepland staat, is het altijd afwachten of er ook publiek is. Maar de Noren bleken een geïnteresseerd publiek en de zaal was zeer goed gevuld.

 

Presentatie EVO’s vroegtijdig verstrekken?

In mijn presentatie ben ik ingegaan op de verschillende effecten van vroege verstrekking van EVO’s na een beroerte die ik in een longitudinale gerandomiseerde studie vanuit Roessingh Research and Development (RRD) heb onderzocht. Omdat ik 45 minuten de tijd had, kon ik uitgebreid ingaan op de verschillende effecten die we hebben onderzocht: effecten op functionele uitkomstmaten, het looppatroon, spieractivatiepatronen en valincidenten. In mijn presentaties vind ik het belangrijk daarbij steeds terug te komen op de oorspronkelijk vraag van clinici van Roessingh, Centrum voor Revalidatie die destijds de aanleiding vormde voor mijn promotiestudie:

 

“Kan ik deze patiënt zo kort na een beroerte helpen door hem/haar een EVO te geven om het lopen te ondersteunen, of is het juist beter nog een tijdje te wachten?”

 

Bijna 10 jaar studie samenvatten in 45 minuten met 4 hoofdpunten?

  • Ja, er zijn voordelen door het vroeg verstrekken van een EVO na een beroerte. Functionele taken kunnen sneller op een hoger niveau worden uitgevoerd (zelfstandig lopen, loopsnelheid, balans etc.), maar het eindniveau verschilt niet van latere verstrekking.
  • EVO’s ondersteunen een drop-foot na een beroerte, maar vroege verstrekking heeft geen invloed op beweegpatronen rondom heup en bekken (later verstrekking trouwens ook niet)
  • Langdurig gebruik van EVO’s heeft geen invloed op spieractivatiepatronen en maakt een spier dus niet “lui”.
  • Valincidenten vinden vaak plaats als de EVO niet gedragen wordt. Let dus op welke instructies je meegeeft aan patiënten.
Trondheim_CorienNikamp
Trondheim_Presentatie

Implementatie van wetenschappelijk onderzoek naar zorgpraktijk

Vervolgens ben ik ingegaan op de nieuwste ontwikkelingen: hoe zorgen we voor implementatie van de resultaten naar de kliniek? Op basis van de resultaten van m’n promotiestudie ben ik samen met artsen en therapeuten van Roessingh, Centrum voor Revalidatie en Roessingh RevalidatieTechniek aan de slag gegaan om de antwoorden die de studie opgeleverd heeft terug te brengen naar de praktijk. We hebben daarbij een nieuw spreekuur opgezet dat het mogelijk maakt in de eerste weken na een beroerte al te kijken of iemand mogelijk baat heeft bij een EVO en deze vervolgens ook snel te kunnen verstrekken. Ook met betrekking tot de instructies voor revalidant en naaste is nu meer aandacht voor het verschil tussen lopen met en zonder EVO en het verhoogde valrisico.

Het verhaal sloeg duidelijk aan bij het Noorse publiek. Veel instemmende gezichten tijdens de presentatie, leuke vragen achteraf en na afloop diverse gesprekken met orthesemakers die vragen waar ze publicaties na kunnen lezen.

Hopelijk kunnen we vanuit RRD en Roessingh op deze manier bijdragen aan het verbeteren van de revalidatiezorg op het gebied van EVO’s na een beroerte.

Benieuwd naar meer details hoe we het spreekuur vorm hebben gegeven, of hoe we kennis met betrekking tot innovatie en implementatie van zorgtechnologie bij RRD in kunnen zetten voor uw eigen vraagstuk? Neem contact met ons op!

Corien Nikamp

Corien Nikamp, PhD

E-mail: c.nikamp@rrd.nl

Tel.: 088 087 5762

  • TWITTER
  • LINKEDIN

 © Copyright - Roessingh Research and Development