Het belang van focusgroepen

Geschreven door: Eline te Braake

Het houden van focusgroepen is een veelvoorkomende methode in kwalitatief onderzoek. Het is een goede manier om bepaalde meningen, vraagstukken, en beweegredenen van mensen te achterhalen. Dat laatste, beweegredenen, is vaak iets wat voortkomt uit de dialogen die niet alleen de onderzoeker met de mensen in een focusgroep heeft, maar wat ook natuurlijk voortvloeit uit de interactie tussen de deelnemers in de groep. Zo kan een focusgroep heel mooi resulteren in het achterhalen van ‘de vraag achter de vraag’. Datgene, wat volgens ons, centraal zou moeten staan bij het uitvoeren van elke focusgroep. Maar dit is iets wat niet altijd het geval is.
 

Het simpelweg ‘doorlezen’ van focusgroepen

Aangezien we in de onderzoekswereld momenteel platgegooid worden met het woord ‘focusgroep’, verliezen we een beetje de daadwerkelijke essentie ervan. Wat in de praktijk namelijk vaak gebeurd is dat er een lijst met een aantal vooropgestelde vragen simpelweg ‘doorgelezen’ wordt. Je kan je afvragen wat de toegevoegde waarde is van het houden van zo een dergelijke focusgroep, als dezelfde vragen beantwoord hadden kunnen worden in een vragenlijst. Bovendien nemen mensen de moeite om tijd vrij te maken en komen ze met een intentie om hun mening te delen: zich gehoord te voelen. Hier moet, tijdens een focusgroep, dan ook genoeg tijd en ruimte voor zijn. Waarom zouden we mensen belasten met een focusgroep, als wij exact dezelfde vragen in een vragenlijst hadden kunnen voegen die zij gewoon vanuit hun huis en in hun eigen tijd hadden kunnen invullen? Het is dus de taak van de onderzoeker om goed te reflecteren of een focusgroep daadwerkelijk de meest geschikte methode is om de voorgestelde onderzoeksvraag te beantwoorden. 

 

De daadwerkelijke toegevoegde waarde

Maar wat is dan eigenlijk wel het belang van deze focusgroepen? Wat kunnen we eruit halen en waar zit de toegevoegde waarde? In onze optiek, is het mooie van focusgroepen dat je de tijd neemt om samen te zitten, stil te staan bij wat er nu echt nodig is, en te weten te komen waar het huidige knelpunt nu echt ligt. Iets wat je ondanks de voorop vastgestelde protocollen niet écht kan vastleggen of kan plannen. Iets wat ook niet altijd geheel vanzelfsprekend naar voren komt tijdens een focusgroep. Het is dan ook aan de onderzoeker om een veilige omgeving te creëren, ruimte te geven voor de dialoog in de groep, aanknopingspunten te vinden in de gesprekken die gevoerd worden en door te vragen op datgene wat belangrijk is voor de deelnemers. Alleen zo kan een focusgroep tot nieuwe inzichten leiden die niet met andere methodes gevangen hadden kunnen worden.

 

Gebruik maken van de dynamiek in de groep

Daarnaast onderscheidt een focusgroep zich ook met andere methodes doordat het in een groep wordt gehouden. Dit zorgt er aan de ene kant voor dat de onderzoeker ook rekening moet houden met de dynamiek in de groep. Dit betekent dat iedereen zich op zijn gemak moet voelen, zich gehoord moet voelen en iedereen de kans moet krijgen om te spreken. Aan de andere kant, kan er op een positieve manier gebruik gemaakt worden van deze dynamiek. Deelnemers leren van elkaar, herkennen zich in de situatie van een ander, helpen elkaar als er iets niet begrepen wordt, en zetten elkaar aan het denken. Hierdoor ontstaan er dan ook vaak nieuwe inzichten die met en door elkaar zijn verkregen.

Er valt dus zo veel uit een focusgroep te halen die met andere methodes moeilijker te bereiken zijn. Het klopt dat het organiseren en uitvoeren van een goede focusgroep veel tijd vergt, maar wanneer goed uitgevoerd, geeft het zo veel meer betekenis aan de onderwerpen die er, volgens de deelnemers, echt toe doen!

 

Wilt u ook een focusgroep opzetten maar heeft u hulp nodig? Neem dan contact met ons op voor de mogelijkheden!

Eline te Braake

Eline te Braake

E-mail: e.tebraake@rrd.nl

Tel.: 088 087 5734

 

Eerste PhD verdediging in 2024 door Kira Oberschmidt over richtlijnen voor actieve betrokkenheid van stakeholders in eHealth Actie Onderzoek!

Geschreven door: Marian Hurmuz

Afgelopen vrijdag vond de eerste RRD PhD verdediging van 2024 plaats! Kira Oberschmidt heeft haar proefschrift verdedigd, getiteld: “Who, When, How: Guiding the active involvement of stakeholders in eHealth Action Research”. Actie Onderzoek (AO) is een vorm van collaboratief onderzoek waarbij stakeholders een actieve rol als mede-onderzoekers hebben. AO past goed in de context van eHealth onderzoek, omdat de elementen van AO er hopelijk voor kunnen zorgen dat de technologie die ontwikkeld of geïmplementeerd wordt goed past bij de behoeften van de relevante stakeholders. Idealiter nemen stakeholders een zeer actieve rol aan en vormen het onderzoek. Echter, vaak zijn nog de onderzoekers nog de stakeholders gewend aan deze manier van werken. Daarom is er ondersteuning tussen projecten nodig in de vorm van gedeelde kennis, best practices en geleerde lessen. Toch ontbreken er in AO publicaties vaak expliciete reflectie en een omschrijving van de geleerde lessen. Dat maakt het moeilijk voor AO projecten om van elkaar te leren. Kira heeft haar PhD gewijd aan het ondersteunen van onderzoekers in het opzetten van hun AO project, en specifiek om de actieve rol van stakeholders te bevorderen. Hiervoor heeft zij een framework ontwikkeld voor het actief betrekken van stakeholders in eHealth AO projecten. Op vrijdag 19 januari (2024) heeft zij haar proefschrift verdedigd. Wil je dit lezen? Klik dan hier.

Kira’s proefschrift omvat de volgende onderwerpen:

  • Het identificeren wat er op dit moment bekend is over AO in eHealth-projecten (context van deze projecten, definitie van AO, hoe AO uit te voeren, best practices en geleerde lessen van AO in eHealth-projecten).
  • Het bestuderen van de houding van beginnende actieonderzoekers ten opzichte van AO.
  • Het onderzoeken hoe “champions” hun rol zien en of dit verandert in de loop van AO-projecten.
  • Het onderzoeken van de motivatie van stakeholders om deel te nemen in langdurige, tijdrovende onderzoeksprojecten zoals AO.
  • Het identificeren hoe deelnemers ongepland en spontaan betrokken kunnen worden.
  • Het bestuderen van de afstemming van interesses en behoeften van verschillende stakeholders in een project, in termen van wat ze willen bereiken met het project.
  • Het bieden van een handvat voor collaboratieve reflectie met stakeholders.
  • Het onderzoeken van de belangrijke elementen van vaardigheden training voor stakeholders om hen in staat te stellen betrokken te zijn en met elkaar om te gaan.
  • Het beschrijven van een iteratieve methode om patiënten, hun perspectieven en doorleefde ervaringen te betrekken bij onderzoek.

Rekening houdend met alle aanbevelingen die in haar scriptie zijn gedaan, ontwikkelde Kira een framework voor het betrekken van stakeholders in eHealth AO-projecten. Dit framework beschrijft belangrijke onderwerpen om rekening mee te houden in een dergelijk project. Haar framework is beschikbaar op onze website: https://www.rrd.nl/ar-framework/

We zijn erg trots op Kira en al haar harde werk bij RRD! En we zijn blij dat Kira bij RRD blijft werken om de volgende stappen in haar carrière te zetten!

20240119 PhD Kira (4)
20240119 PhD Kira (25)

Je eindgebruikers betrekken: hoe belangrijk is dit?

Geschreven door: Marian Hurmuz

Het betrekken van eindgebruikers in je onderzoek wordt steeds belangrijker. Ook op het gebied van gezondheidsonderzoek is er behoefte aan een human centered (mensgerichte) focus. Je kunt dit doen door social sciences and humanities (SSH, sociale en menswetenschappen) te integreren in je onderzoek! Bij RRD richten wij ons in onze onderzoeken op de eindgebruikers. In dit nieuwsbericht zal ik je vertellen waarom het belangrijk is om de eindgebruikers te betrekken en geef ik een voorbeeld van wat wij doen om de relatie met onze eindgebruikers te verbeteren.

 

Het betrekken van de stakeholders

Door voortdurend contact te houden met eindgebruikers en andere belangrijke belanghebbenden, kunnen we veel leren van hun ervaringen met betrekking tot het onderwerp dat we onderzoeken. Het is belangrijk om deze belanghebbenden zo snel mogelijk bij je onderzoek te betrekken. Door met hen in gesprek te gaan, kun je rekening houden met hun behoeften en wensen en met de processen waarin de gezondheidstechnologie zal worden gebruikt. Het is heel vervelend om een geweldige oplossing te ontwikkelen die niet past bij die behoeften of processen. Naast dit onaangename gevoel is het natuurlijk ook een verspilling van schaarse middelen die we in het algemeen tot ons beschikking hebben.

De kennis die je in het beginstadium van je onderzoek verzamelt, helpt je te bepalen hoe je de gezondheidstechnologie op de best mogelijke manier kunt integreren in het dagelijks leven van de eindgebruikers en zorgorganisaties. Het is belangrijk om dit te testen en te evalueren met eindgebruikers om te zien of je hun behoefte goed hebt vertaald of dat er veranderingen nodig zijn. Dit zal je helpen om tot een duurzame Implementatie van je gezondheidstechnologie te komen.

 

Iets teruggegeven aan je stakeholders

Feedback is natuurlijk niet geen eenrichtingsverkeer. Als je een relatie wilt opbouwen met je eindgebruikers of de andere belanghebbenden, moet je regelmatig interactie met ze hebben. Het is belangrijk dat ze jou en jouw onderzoek niet vergeten. Bovendien moeten ze ook het gevoel hebben dat ze waardevol voor jou zijn. Eén van de dingen die wij bij RRD doen om hen dit gevoel te geven, is het delen van onze tussentijdse onderzoeksresultaten met hen. We merkten dat ze dit erg waardeerden! Het leidde ook tot ongevraagde feedback als er iets ontbrak in de resultaten of verkeerd geïnterpreteerd werd.

Wanneer je je bevindingen deelt met je stakeholders, vraag je niet alleen om informatie van hen, maar geef je ze ook iets terug! Dit kan de stakeholders aanmoedigen om actief betrokken te zijn bij jouw onderzoek en meer bereid zijn om je te helpen tijdens je onderzoek.

Binnen het RE-SAMPLE project (Horizon grant no 965315), hebben we bijvoorbeeld feedbackvideo’s gemaakt waarin we onze eerste bevindingen delen. Als voorbeeld vind je hieronder één van deze video’s.

Wil jij deze video in het Nederlands zien? Klik dan op de volgende link: https://www.youtube.com/watch?v=IZQ9FWMFVSw

 

 

Worstel jij met de integratie van social sciences and humanities (SSH) in jouw onderzoek? Wij staan altijd open voor gesprekken om je hiermee te helpen!

FOTO ERIC BRINKHORST

Marian Hurmuz

E-mail: m.hurmuz@rrd.nl

Tel.: 088 087 5771

 

 

Afstuderen of stage lopen bij RRD?

Geschreven door: Yfke Dotinga

Hoi! Mijn naam is Yfke Dotinga en de afgelopen acht maanden heb ik onderzoek gedaan voor mijn afstudeeropdracht bij Roessingh Research and Development (RRD). In deze post deel ik mijn ervaringen over het uitvoeren van een afstudeeropdracht bij RRD.

 

Mijn opdracht

Mijn onderzoek werd uitgevoerd als onderdeel van het RE-SAMPLE project (Horizon grant no 965315) voor de ontwikkeling van een eHealth tool voor mensen met COPD. Mijn onderzoek richtte zich op het afstemmen van de technologie op de doelen en behoeften van de doelgroep. Voor de ontwikkeling van gezondheidstechnologieën is het erg belangrijk om de doelgroep bij het ontwerpproces te betrekken. Daarom koos ik voor een iteratieve aanpak met participatie van de doelgroep aan zowel de begin- als eindfase van mijn onderzoek. Op basis van deze gesprekken voerde ik een grondige analyse uit om hun waarden in kaart te brengen en stelde ik ontwerpvoorbeelden voor om de effectieve betrokkenheid te vergroten. Op deze manier hopen we de ondersteuning van mensen met COPD in hun zelfmanagement te optimaliseren en hun kwaliteit van leven te verbeteren.

 

Dankzij de geweldige steun en het enthousiasme van Christiane Grünloh en medeonderzoekers Eline te Braake, Marian Hurmuz en Stephanie Jansen-Kosterink heb ik met veel plezier gewerkt aan mijn bijdrage aan het RE-SAMPLE project. Ik heb mijn opdracht afgerond en mijn master met succes verdedigd in mei!

 

Studenten bij RRD

Als student bij RRD, krijg je een bureau in een kamer met andere stagiairs/afstudeerders aangewezen, met goed gezelschap voor de koffiepauzes. Wij hebben er een gewoonte van gemaakt om dagelijks een lunchwandeling door het Ledeboerpark te maken en we hebben samen activiteiten ondernomen, zoals schaatsen, uit eten gaan en samen bordspellen spelen. Het was erg fijn om andere studenten om ons heen te hebben met vergelijkbare opdrachten en worstelingen!

20230605_blogpost foto 1 Daghap
Verder was het interessant om over andere projecten te horen en af en toe als proefpersoon te dienen in het bewegingslab. Al met al heb ik veel geleerd tijdens mijn afstudeeropdracht en ben ik tevreden over mijn tijd bij RRD. Dus bedankt voor alle steun!
20230605_blogpost foto 2 motion lab
20230605_blogpost foto 3 Kerstlunch
Wil jij stage lopen bij RRD of afstuderen (bachelor of master) bij RRD? Check onze vacatures en stages pagina!
Screenshot 2023-06-06 093808
Yfke Dotinga

ISPO in Mexico!

Geschreven door: Corien Nikamp

Ik had plechtig beloofd om na afloop van een week Mexico vanwege het wereldcongres van de International Society of Prosthetics and Orthotics in Guadalajara een blog post te schrijven. Met 2 symposia, 2 orals en een sessie voorzitten beloofde het een druk congres te worden. Ons 9-daagse verblijf in Guadalajara werd gisteren geheel niet op ons verzoek met een dag verlengd vanwege een kapot “onderdeel” van het vliegtuig. Dat betekende een nacht extra met een voucher in een hotel, een vroege vlucht alsnog naar Atlanta en een overstap van 9 uur. Genoeg tijd dus om dit blog te schrijven, tussen een paar spelletjes 30-seconds met collega’s uit Groningen door (Enschede won 😊).

Samen met RRD’ers Erik Prinsen en Martin Tenniglo begon onze trip vorige week vrijdag met een vlucht van Amsterdam naar Mexico-Stad. Collega Martin had al gauw contact met een stel Chinese medepassagiers en kreeg spontaan lokale Chinese lekkernijen aangeboden. Het leek nog het meest op vreemd-gekleurde worstjes, gevuld met ei of mais die nog tot in het einde der tijden houdbaar waren, dus ik heb maar vriendelijk bedankt en het bij de KLM-maaltijd gehouden. Na een verder voorspoedige vlucht zijn we vrijdagavond lokale tijd in Mexico-Stad geland en na 3 keer de verkeerde rij gekozen te hebben hadden we dan toch de juiste stempels in het paspoort staan en konden we door naar ons capsule-hotel. Daar had de gang met slaapcabines nog het meest van een ruimteschip weg en ik verheugde me (inmiddels NL-tijd diep in de nacht) op een fijn bed.

De binnenstad van Guadalajara verkennen

Na een nacht zonder slaap op een te dun matrasje met naastgelegen busstation konden we om 5.00 uur lokale tijd weer fris en fruitig naar de juiste terminal om de vlucht naar Guadalajara te halen. Alles volgens schema, waardoor we uiteindelijk rond het middaguur ons hotel hadden bereikt. Na een lunch in een lokaal pittoresk restaurantje moest Erik helaas belangrijke ISPO-NL voorzitter dingen gaan doen, waardoor Martin en ik ons met en taxi richting binnenstad begaven om te voorkomen dat we in slaap zouden vallen. Dat bleek een bijzonder goede keuze. Onderweg de ogen al uitgekeken hoe het verkeer zich in deze miljoenenstad beweegt (hoezo lading vastzetten?).

We bezochten de alom bekende kathedraal en hebben ons urenlang vermaakt in een wijkje met allerlei marktjes, winkeltjes en eettentjes en dus gelijk maar een aantal souvenirs ingeslagen. We kregen hier gelijk een goede indruk van het lokale Mexicaanse leven en het werd mij duidelijk dat we in Nederland (of in ieder geval ikzelf) kinderverjaardagen toch iets te lichtzinnig opnemen. Winkels vol met versieringen, ballon, slingers, borden/bestek/rietjes/bekers in alle kleuren van de regenboog, piñatas en snoep met alle E-nummers die je maar kunt bedenken in hoeveelheden van minimaal een aantal kilo’s.

ispo-e-nummers

Na een jetlag-nacht met slaap redelijk fris opgestaan, waarna Martin en ik ons hadden ingeschreven voor een “Tequilla-tour”. Een bustocht van ongeveer een uur onder leiding van Hector “the protector” als lokale gids bezochten we een agave-plantage en lokale bar, waarna we in Tequilla één van de bekendste Tequilla-brouwerijen bezochten. Een leuke dag waarbij ik als niet-Tequilla-drinker vooral de heen- en terugrit leuk vond om zo een indruk van het land te krijgen.

ispo-tequilla

ISPO Congres

Maandag stond direct na de openingsceremonie een symposium van Erik, Martin en mijzelf op het programma, waarin we vertelden hoe we binnen Roessingh Diagnostisch Centrum behandeling van stiff knee gait na CVA (wetenschappelijk) aanpakken. Goed bezocht en leuke reacties dus een goed begin van het congres. Dinsdag direct weer aan de slag omdat ik een sessie mocht voorzitten, om vervolgens verder te gaan met een symposium van Erik en mijzelf, samen met Prof. Nerrolyn Ramstrand uit Jönköping, Zweden. Wederom een goed bezochte sessie met leuke discussies, waarin we vertelden over onze ervaringen met het doen van gangbeeldanalyses: wat is het effect van het aantal metingen wat je gebruikt voor je resultaten, en hoe zou je de resultaten kunnen presenteren?

Woensdag had ik een rustiger dagje met alleen sessies om zelf te bezoeken. ’s Avonds stond het congresfeest op het programma. Een prachtige locatie op een ranch buiten de stand en Mexicaanse muziek en dans als entertainment, dus dat het eten dan koud is en de drankjes na 1.5 uur op zien we door de vingers. Ik moest vervolgens op de laatste congresdag ’s ochtends als 1e sessie na het feest presenteren, dus had geen hoge verwachtingen van de opkomst, maar dat bleek alles mee te vallen. Op “kingsday” bleken we een Nederlands feestje te vieren in onze sessie. Twee buitenlandse sprekers kwamen niet opdagen, waardoor er 4 presentaties vanuit Amsterdam en Enschede overbleven, “oranje boven” dus. Ik vond het in deze sessie superleuk om na diverse eerdere ISPO-congressen waarin ik vertelde over de resultaten van m’n promotie-studie, nu te presenteren over de implementatie van het EVO-spreekuur in het Roessingh. De cirkel is dus rond!

’s Middags nog een laatste keer aan de bak om de 1e definitieve resultaten van onze iHand-studie te presenteren, waarin we kijken naar de effecten van een soft-robotische handschoen tijdens het gebruik in de thuissituatie. Het was leuk om tijdens ISPO ook aandacht te kunnen geven aan dit soort revalidatietechnologie. Met deze sessie zit er een volle congresweek op. Het kostte veel voorbereidingstijd, maar heeft een leuke week opgeleverd met het ontmoeten van oude bekenden en nieuwe contacten. Wat me buiten het congres bij zal blijven van Mexico? Verkeer met een “sportieve rijstijl” en lampjes op auto’s als ware het kermisattracties, gaten in de stoep, harde muziek, rommel op straat, 30+⁰C, lekker eten en vriendelijke mensen, die met 5-10 minuten 20-30 minuten bedoelen.

Het volgende ISPO congres vindt in 2025 plaats in Stockholm, en met een uitnodiging om plaats te nemen in de “World Congress Scientific Committee” voor 2025 op zak zijn de voorbereidingen voor de volgende editie alweer begonnen! Hopelijk zo nog een laatste potje 30-seconds en dan een plaatsje bemachtigen op de vlucht naar Amsterdam, dan zijn we na 10 intensieve dagen weer thuis.

Nog een laatste mooie muurschildering die ik in de stad tegenkwam!

Groet Corien

ispo-muurschildering
Corien Nikamp

Corien Nikamp, PhD

E-mail: c.nikamp@rrd.nl

Tel.: 088 087 5762

Het meten van lopen – doen we het goed?

Geschreven door: Erik Prinsen, Corien Nikamp, Nerrolyn Ramstrand

Vanaf het moment dat Muybridge het lopen bestudeerde door een reeks foto's te maken, is loopanalyse op grote schaal beschikbaar gekomen om het lopen te bestuderen. Geïnstrumenteerde loopanalyse is in het bijzonder essentieel geweest bij het vergroten van ons begrip van hoe individuen de loopfunctie herwinnen na een beroerte of amputatie. Het is ook gebruikt om te kwantificeren hoe we het loopvermogen met technologie kunnen beïnvloeden. Ondanks de brede toepassing is er geen consensus over de beste manier om een geïnstrumenteerde loopanalyse uit te voeren, noch over hoe de resultaten ervan moeten worden gepresenteerd. Hoewel de meeste onderzoeken rechtlijnig bovengronds lopen hebben onderzocht, kan men zich ook afvragen of dit de meest klinisch relevante omgeving is. Dus, meten we lopen op de juiste manier? Deze vraag is het hoofdonderwerp van een symposium dat wordt georganiseerd door dr. Corien Nikamp en dr. Erik Prinsen van Roessingh Research and Development in Enschede, samen met Prof. dr. Nerrolyn Ramstrand van Jönköping University, Jönköping, Zweden. Dit symposium maakt deel uit van het Wereldcongres van de International Society of Prosthetic and Orthotics dat van 24-27 april in Guadalajara, Mexico wordt gehouden. In deze blog geven we een kijkje in de inhoud van dit symposium.

Bij het uitvoeren van een geïnstrumenteerde loopanalyse, moeten veel keuzes worden gemaakt. Welke variabelen zijn van belang voor mijn specifieke geval? Hoeveel gegevens ga ik verzamelen? Hoe ga ik de gegevens presenteren? Deze vragen zullen worden beantwoord tijdens dit symposium.

20230330_Blogpost ISPO

Hoeveel gegevens ga ik verzamelen?

Hoewel er onderzoek is gedaan naar verschillen tussen biomechanische modellen, zijn er weinig onderzoeken die onderzocht hebben wat de invloed is van het aantal stappen dat in de analyse wordt meegenomen. Dit idee is niet nieuw, aangezien Zahedi et al. in hun artikel uit 1987 in Prosthetic and Orthotics International, al concludeerden dat "het eerst nodig is de mate van herhaalbaarheid als gevolg van de meetmethode en stap-tot-stap variatie te kwantificeren, alvorens te proberen een biomechanische vergelijking te maken". Voor zover wij weten is stap-tot-stap variatie echter niet onderzocht bij mensen met een amputatie.

Daarom heeft Roessingh Research and Development proefexperimenten uitgevoerd waarbij we drie personen met een transfemorale amputatie vroegen vijf keer naar ons laboratorium te komen terwijl we ongeveer 200 stappen verzamelden met behulp van instrumentele loopanalyse. Zo konden we de variabiliteit van het lopen binnen een meetsessie maar ook tussen meetsessies vergelijken. De resultaten van deze pilotstudie toonden aan dat het opnemen van een beperkt aantal stappen (maximaal 20 stappen) kan leiden tot verschillen tot 10% in loopsnelheid wanneer we een vergelijking maken tussen de meetsessies. Ook bleek dat personen tijdens een meetsessie geneigd zijn met een hogere loopsnelheid te beginnen, die tegen het einde van de sessie afvlakt. Deze pilotstudie gaf aanwijzingen dat het looppatroon van mensen met een amputatie meer variabel is dan we aanvankelijk dachten. Het suggereert ook dat we misschien meer stappen moeten meten dan nu gebruikelijk is, of ons op zijn minst bewust moeten zijn van de potentiële risico's van het analyseren van een beperkt aantal stappen. Tijdens het symposium zullen we veel dieper ingaan op de resultaten en de discussie openzetten om ervaringen van andere onderzoekers te bespreken.

 

Hoe ga ik de gegevens presenteren?

Een andere keuze die gemaakt moet worden is hoe we de gegevens gaan presenteren. Een gebruikelijke manier om de gegevens te presenteren is met behulp van een stap-tijd-normalisatie. Bij de analyse van menselijk lopen worden grafieken van de gewrichtskinematica (hoeken) meestal gepresenteerd van het eerste contact tot het eerste contact, met een indicatie waar de overgang van stap naar zwaai fase is, op het moment van afzetten van de voet. Hoewel dit op individueel niveau kan werken, kan het tot problemen leiden bij de presentatie van gegevens van de groep, of bij de presentatie van longitudinale gegevens. Dit is met name het geval wanneer er variatie is in de plaats van de overgang van stap naar zwaai. Deze variatie kan ertoe leiden dat gegevens van individuen die zich nog in de stand fase bevinden, worden gecombineerd of vergeleken met gegevens van individuen die zich al voor een deel van de stap in de zwaaifase bevinden.

Een grondige analyse van de gegevens die Roessingh Research and Development verzamelde in een longitudinaal onderzoek onder overlevenden van een beroerte toonde aan dat dit inderdaad gebeurt en dat het de grafieken van de gewrichtskinematica ernstig kan scheeftrekken. Verder toonde dit onderzoek aan dat het normaliseren van de gewrichtskinematica op de subfasen van dubbele ledemaatsteunfase, van enkele ledemaatsteunfase en van zwaaifase scheefheid van de grafieken voorkomt en een veel betere weergave van de gewrichtshoek geeft. Tijdens het symposium zullen wij deze gegevens tonen, zodat jij met eigen ogen kunt zien hoe de gegevens scheef staan en hoe normalisatie van de subfasetijd de grafieken verandert, waardoor een betere weergave ontstaat.

 

Welke gegevens ga ik presenteren?

Het laatste onderwerp van dit symposium is de vraag welke gegevens moeten worden gepresenteerd. Zoals eerder gezegd, is in veel studies waarin verschillende technologieën worden vergeleken, gekeken naar gewrichtskinematica of gewrichtskinetica. Hoewel dit interessante variabelen zijn, is het verband tussen verschillen op deze variabelen en het algehele functioneren van de gebruiker niet altijd even duidelijk. Daarom is het wellicht interessanter om te kijken naar algemene variabelen zoals evenwicht of cognitieve belasting tijdens het lopen.

Een manier om naar cognitieve belasting te kijken is het meten van de bloedstroom in de frontale cortex van de hersenen, zoals gemeten met functionele nabij-infraroodspectroscopie. De Universiteit van Jönköping heeft ruime ervaring met het verzamelen van deze gegevens bij personen met een amputatie. Uit hun gegevens bleek dat de cognitieve belasting van het lopen met prothesen met geavanceerde mogelijkheden, zoals auto-adaptieve componenten, lager is in vergelijking met het lopen met mechanisch passieve prothesen. Zij toonden ook aan dat patronen van hersenactiviteit kunnen veranderen in afwezigheid van veranderingen in loopsnelheid of staplengte. Deze resultaten zijn van groot klinisch belang omdat zij duidelijk het potentieel aantonen van meer geavanceerde prothesecomponenten op het algemeen functioneren van personen met een amputatie, en het potentieel van cognitieve belasting als interessante uitkomstmaat in looponderzoek. In dit symposium tonen we de omvang van deze verschillen en bespreken we de betekenis van deze resultaten voor personen met een amputatie en het prothesedomein in het algemeen.

 

Wil jij hier meer over weten?

Hebben wij jouw interesse gewekt en ben jij aanwezig op het ISPO World Congress? Dan kunt u ons symposium bijwonen op dinsdag 25 april van 14.45 - 16.00 uur in de hoofdzaal. Mocht u niet aanwezig zijn, maar wel interesse hebben? Neem dan gerust contact met ons op!

Erik Prinsen

Erik Prinsen
E-mail: e.prinsen@rrd.nl
Tel: +3188 087 5761

PhD verdedigingen Marit Zandbergen en Luca Marotta: Het gebruik van inertial measurement units (IMU’s) bij hardlopen

Geschreven door: Marian Hurmuz

In de eerste week van februari hebben twee oud-collega’s van RRD hun PhD proefschrift verdedigd! De focus van hun onderzoek lag bij de hardlopende populatie. Marit Zandbergen verdedigde haar proefschrift “Moving forwards by going outside: Inertial measurement unit-based monitoring of running biomechanics”. Hardlopen is een populaire sport en heeft veel gezondheidsvoordelen. Maar door hardlopen is er ook een groot risico op het ontstaan van blessures. De biomechanica van hardlopen zou van nut kunnen zijn om het risico op blessures in de gaten te houden. Alleen het probleem is, is dat het onduidelijk is met welke biomechanica we rekening moeten houden. Marit heeft tijdens haar onderzoek aan dit onderwerp gewerkt, waarbij haar doel was om meer inzicht te krijgen in de biomechanica van hardlopen, en om de uitdagingen te verkennen met betrekking tot draagbare bewegingsanalyse tijdens het hardlopen in een sport setting. Op donderdag 2 februari 2023 heeft zij haar proefschrift verdedigd. Deze vind je hier.

Haar proefschrift omvat de volgende onderwerpen:

  • Het onderzoeken van de effecten van hardloop-geïnduceerde vermoeidheid op hardloopkinematica.
  • Het meten van het looppatroon (loopsnelheid, stapfrequentie) in een vermoeiende buitenloop.
  • Het onderzoeken van de relatie tussen piekversnelling van het scheenbeen en de compressiekrachten op het scheenbeenbot.
  • Het onderzoeken of het quasi-cyclische karakter van hardlopen kan worden gebruikt om drift-vrije 3D oriëntatie van een lichaamssegment te schatten op basis van één gyroscoop.
  • Het bepalen hoe de 3D oriëntatie en verplaatsing van één IMU op het onderbeen kan worden geschat op basis van het quasi-cyclische karakter van hardlopen.

Marit eindigt haar proefschrift met de aanbeveling aan anderen om de biomechanica van het hardlopen te monitoren in een sport setting en om hun aandacht te verleggen van het onderzoeken van kinematische grootheden op groepsniveau naar de krachten die daaraan ten grondslag liggen op individueel niveau. Naar buiten treden met behulp van de methoden die zij in haar proefschrift heeft voorgesteld, is de volgende stap in het vergroten van ons begrip van de biomechanica van het hardlopen!

20230214_Verdediging Marit (foto 1)

De volgende dag, 3 februari 2023, was het tijd voor Luca Marotta om zijn proefschrift “Development of inertial sensor-based methods to assess physical fatigue in running applications” te verdedigen. Zoals net uitgelegd, hebben hardlopers een hoog blessurerisico. Het monitoren van fysieke vermoeidheid zou hardlopers ten goede kunnen komen, maar kwantitatieve identificatie van fysieke vermoeidheid ontbrak in de literatuur. Daarom richtte Luca zich op dit onderwerp door na te gaan of fysieke vermoeidheid bij hardlopen geïdentificeerd kan worden met behulp van IMU’s. Tijdens Luca’s verdediging, heeft één van de commissieleden de paranimfen gevraagd om deel uit te maken van een klein experiment. De paranimfen moesten één arm recht vooruit houden tijdens de verdediging. Dit leuke experiment liet zien dat mensen ook vermoeid kunnen raken wanneer ze niet bewegen.

In Luca’s onderzoek was de focus natuurlijk op vermoeidheid bij bewegen, namelijk hardlopen. Je kan zijn proefschrift hier vinden, en het omvat de volgende onderwerpen:

  • Het beoordelen of biomechanische veranderingen gemeten met IMU’s kunnen helpen bij het nauwkeurig detecteren van vermoeidheidstoestanden bij hardlopen.
  • Het onderzoeken of verschillende triaxiale IMU’s met verschillende frequenties vergelijkbare relatieve veranderingen in piekversnellingen tijdens het lopen op een loopband meten.
  • Het meten in hoeverre fysieke vermoeidheid kan worden vastgesteld met behulp van IMU-gegevens in een buitenloop en het vaststellen van de optimale combinatie van sensorlocaties en -kenmerken.
  • Het onderzoeken in hoeverre een algoritme dat getraind is op IMU-gegevens en dat vermoeidheid detecteert, kan worden gegeneraliseerd naar verschillende loopintensiteiten en -scenario’s.

Luca geeft in zijn proefschrift aan dat machine learning modellen hardloopvermoeidheid met redelijke nauwkeurigheid kunnen identificeren, ongeacht de intensiteit van het hardlopen. Toekomstig onderzoek moet zich richten op het gebruik van vermoeidheidsinformatie van IMU’s om feedback te geven aan de hardloper en uiteindelijk de belasting te verbeteren en het risico op blessures te verminderen!

We zijn erg trots op Marit en Luca voor hun harde werk bij RRD de afgelopen jaren en voor het succesvol verdedigen van hun proefschriften! We wensen hen beiden veel succes in hun verdere carrière!

20230214_Verdediging Luca (foto 2)

Oogsten wat je zaait: laatste LEAVES-projectbijeenkomst

Geschreven door: Lena Brandl

36 maanden, negen consortiumpartners, drie landen, één gemeenschappelijk doel: oudere volwassenen na het verlies van hun partner ondersteunen. Iedereen krijgt te maken met verlies in het leven. Rouwen is een normale en gezonde reactie op verlies. Toch is verdriet soms overweldigend en kan men zich verloren voelen. Samen met acht internationale partners in Portugal, Zwitserland en Nederland heeft RRD de afgelopen drie jaar een online dienst voor oudere rouwenden ontwikkeld om hen te ondersteunen bij de verwerking van het verlies van hun partner.

Het is een spannende en leuke reis geweest, inclusief vele uren discussiëren, ontwikkelen en evalueren, samen met oudere volwassenen, rouwprofessionals en onze consortiumpartners.

 

Bij DOMUSDELA in Eindhoven kwam het consortium van AAL-project LEAVES (projectnummer AAL-2019-6-168-CP) een laatste keer bijeen om de meest recente inspanningen te bespreken en de laatste werkzaamheden op elkaar af te stemmen, waaronder:

  • het bespreken van de voortgang van het evaluatieonderzoek van LEAVES in Zwitserland;
  • het documenteren van de inzichten uit de evaluatiestudies in Portugal en Nederland die in de tweede helft van 2022 zijn uitgevoerd. De resultaten uit deze twee evaluatiestudies worden momenteel voorbereid voor (wetenschappelijke) publicaties; en
  • het ontwerpen van een business case voor toekomstige exploitatie van de LEAVES-interventie voor rouwende ouderen.

 

We namen ook de tijd om terug te kijken naar waar LEAVES begon, namelijk:

  • hoe we een op tekst gebaseerde rouwinterventie veranderden in een meer dynamische, op dialogen gebaseerde interventie, gecombineerd met leesmateriaal over het rouwproces, schrijfoefeningen en activiteitensuggesties om zelfzorg te bevorderen;
  • hoe we een algoritme ontwikkelden om te detecteren en te communiceren wanneer LEAVES-gebruikers wellicht beter offline ondersteuning bij hun rouwproces kunnen betrekken; en
  • hoe Luisa, onze eerste virtuele coach voor LEAVES, uiteindelijk herontworpen werd als Zon, een abstracte virtuele coach in de vorm van een zonnetje. In LEAVES introduceert de virtuele coach de inhoud van de interventie aan gebruikers. Tijdens het project leerden we dat voor sommige ouderen een virtuele coach ontworpen als een lotgenoot (een oudere volwassene die eveneens haar partner heeft verloren) verwarrend is. Sommige ouderen die deelnamen aan vroege prototypetests van LEAVES werden misleid, omdat ze dachten dat Luisa een echt persoon was. Daarom hebben we uiteindelijk het idee van een lotgenoot als virtuele coach los gelaten en kwamen we samen met de ouderen op het ontstaan van de Zon.
20230207_blog LEAVES

Het AAL-project LEAVES is de laatste fase ingegaan van rapportages en het wegwerken van losse eindjes. RRD kijkt met plezier terug op drie jaar vruchtbare samenwerking met onze partners in het LEAVES-consortium. Nu kijken we vooruit naar de eindevaluatie van het project in april 2023.

Lena Brandl

Lena Brandl

E-mail: l.brandl@rrd.nl

Tel.: 088 087 5768

Hoe pakken we knelpunten bij het implementeren van gezondheidstechnologieĂ«n in een vroeg stadium aan? – Het belang van service modelling

Geschreven door: Eline te Braake

De afgelopen jaren zijn er veel nuttige en veelbelovende eHealth technologieën ontwikkeld. Het is echter helaas nog steeds het geval dat veel van deze technologiën niet (succesvol) in de praktijk worden geïmplementeerd. Het blijkt dat de dagelijkse praktijk vaak heel anders is dan de onderzoekscontext.  Bovendien beïnvloedt het gebruik van de technologie het gedrag van mensen en vice versa, hoe mensen zich gedragen en de technologie gebruiken, beïnvloedt de impact. Hierdoor kan er een kloof ontstaan tussen de dagelijkse praktijk en het doel van de eHealth technologie. Als gevolg hiervan worden verschillende eHealth technologieën slechts gedeeltelijk of helemaal niet in de praktijk gebruikt. Dit betekent dat potentiële eindgebruikers nooit de voordelen van deze veelbelovende technologieën zullen ervaren.

 

Hoe kunnen we dit voorkomen?

Bij RRD willen we dit probleem voorkomen door al in een vroeg stadium naar het implementatieproces te kijken. Dit betekent dat tijdens de ontwikkeling van de eHealth technologie verschillende stappen worden genomen om de kans op het mislukken van de implementatie te verkleinen. Een van deze stappen is service modelling. Een service model beschrijft alle taken, processen en verantwoordelijkheden die bepaalde mensen of organisaties hebben of moeten uitvoeren zodra de eHealth technologie in de dagelijkse praktijk wordt gebracht. Een belangrijk aspect van service modelling is het betrekken van belanghebbenden; de mensen of organisaties die invloed hebben of ondervinden van de technologie. Belanghebbenden zijn de experts als het gaat om de dagelijkse praktijk; ze hebben cruciale kennis over de huidige zwakke en sterke kanten in de praktijk die niet kunnen worden geïdentificeerd door alleen naar de literatuur te kijken. Bovendien kunnen door het betrekken van stakeholders behoeften en wensen op elkaar worden afgestemd, wat op lange termijn de inzet voor toekomstige implementatie kan vergroten.

 

Voorbeeld van service modelling binnen een project

Onlangs heeft RRD het service model ontwikkeld voor RE-SAMPLE (Horizon grant no 965315).  RE-SAMPLE is een Europees project dat zich richt op mensen met COPD. Het doel van RE-SAMPLE is om een technologie te ontwikkelen die patiënten en zorgverleners ondersteunt om hun COPD en andere chronische aandoeningen te beheersen.  Het RE-SAMPLE service model is gebaseerd op 5 studierondes met stakeholders uit drie verschillende landen: Italië, Nederland en Estland.  

Hoewel RE-SAMPLE één project is, werden de meeste studies voor elk land afzonderlijk uitgevoerd. Het was heel belangrijk om dit te doen, omdat er veel verschillen zijn tussen de landen in termen van hoe de zorg is georganiseerd.  In Italië werd bijvoorbeeld duidelijk dat de arts de meeste tijd met de patiënten doorbrengt, terwijl in Nederland longverpleegkundigen de patiënt met COPD vaker zien. In Nederland worden korte wachtlijsten gezien als een kracht van de huidige zorg, terwijl in Estland lange wachtlijsten worden genoemd als de zwakte van de huidige zorg. Dit zijn slechts kleine voorbeelden van de vele verschillen tussen de drie landen.

Rekening houdend met de verschillen bleek dat één versie van het servicemodel niet voor alle drie de landen kan worden gebruikt. Dit is de reden dat de verschillen tussen landen duidelijk worden gemaakt in het service model. Het kan zijn dat verschillende rollen en verantwoordelijkheden worden toegewezen aan verschillende belanghebbeden in een bepaald land. Hieronder ziet u de definitieve versie van het RE-SAMPLE-servicemodel met alle verschillende rollen, processen en verantwoordelijkheden:

praktijkvoorbeeld_implementatie_van_gezondheidstechnologieën

Tijdens de verschillende onderzoeken is veel waardevolle informatie verzameld om het service model te ontwikkelen. Zonder de betrokkenheid van belanghebbenden zouden de huidige processen, problemen in de zorg en voorkeuren met betrekking tot toekomstige implementatie niet kunnen worden geïdentificeerd. Wilt u meer weten over de service model ontwikkeling van RE-SAMPLE? U kunt hieronder een video zien waarin het hele proces van de ontwikkeling van het service model in detail wordt uitgelegd.

Wilt u dit proces uitgelegd zien in het Nederlands? Klik dan op de volgende link: https://www.youtube.com/watch?v=S-PkshYyHMI

Wilt u meer weten over service modelling in het algemeen of wilt u weten wat de mogelijkheden zijn voor uw organisatie? Neem gerust contact op met RRD! We kunnen elkaar mogelijk helpen en de hulp bieden die u nodig hebt.

Eline te Braake

Eline te Braake

E-mail: e.tebraake@rrd.nl 

Tel.: 088 087 5734

Werken volgens de Good Clinical Practice richtlijn

Geschreven door: Stephanie Jansen-Kosterink

 

Zoals op onze website te lezen is, levert Roessingh Research and Develoment (RRD) wetenschappelijk onderzoek naar innovatieve zorgtechnologie met een focus op de eindgebruiker. Een deel van ons onderzoek valt onder de noemer medisch-wetenschappelijk onderzoek. Dit type van onderzoek is nationaal en internationaal gebonden aan wet- en regelgeving, zoals de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) en Medical Devices Regulation (MDR).  

Bij RRD zijn alle onderzoekers in het bezit van een WMO-GCP registratie. In 2015 heb ik als één van de eersten bij RRD een externe meerdaagse training gevolgd om deel te mogen nemen aan het WMO-GCP examen. De training was heel interessant. Veel was bekend, vooral het indienen van een onderzoeksprotocol bij een medisch ethische toetsingscommissie (METC), maar veel ook niet. Wat nieuw voor mij was, was de informatie over het uitvoeren van medisch-wetenschappelijk onderzoek, zoals de noodzaak van standard operating procedures (SOPs) voor alle onderdelen van het uitvoeren van het onderzoek. Het examen was vooral erg moeilijk. Het was jaren geleden dat ik een examen had gedaan en de focus lag vooral op de details. Maar gelukkig was de uitslag positief en had ik mijn WMO-GCP registratie binnen. Daarmee was het niet klaar. Deze registratie is 3 jaar geldig en dat betekent dat je elke 3 jaar wordt uitgenodigd voor een herregistratie. De WMO-GCP herregistratie gaat over de WMO, Good Clinical Practice (GCP) richtlijnen, ISO14155 standaard voor onderzoek met medische hulpmiddelen en specifieke zaken op het gebied van mensgebonden onderzoek, inclusief de laatste wijzigingen.

Mijn registratie was nog geldig tot januari 2023 en herregistratie was weer nodig. Woensdag 7 december was ik uitgenodigd in Heeze en tijdens de treinreis naar het zuiden heb ik de WMO-GCP herregistratie e-learning van de Tapas Group doorlopen. Uiteindelijk was ik op Eindhoven CS aangekomen bij de certificeringsvragen. Gelukkig alle vragen goed en mijn herregistratie was weer een feit!

Het goed uitvoeren van onderzoek blijft een vak apart. Veel onderzoek dat we bij RRD uitvoeren is wel wetenschappelijk, maar niet altijd medisch. Toch kiezen we ervoor om al ons onderzoek in eerste instantie te benaderen als medisch-wetenschappelijk. Wanneer we overtuigd zijn dat het onderzoek niet onder de WMO valt, verifiëren we dat altijd bij de METC Oost Nederland. Ook als het niet onder de WMO valt, blijven we de GCP richtlijnen volgen.

Bent u zelf bezig met het voorbereiden van onderzoek, zoals het testen van een interventie of een medisch hulpmiddel? Dan helpen we uw graag met het opstellen van het onderzoeksprotocol en het begeleiden van de medisch ethische toetsing!

FOTO ERIC BRINKHORST

Stephanie Jansen-Kosterink

E-mail: s.jansen@rrd.nl

Tel.: 088 087 5717

  • LINKEDIN

 © Copyright - Roessingh Research and Development